Datum  3e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD JAAR A  
1e lezing  zaterdag Exodus 17,3-7
zondag Nehemia 3,33-4,17  
Evangelie  Johannes 4,5-26 (zat.: -42) 
Thema  Opstaan en niet opgeven 

Preek

- Enkele jaren geleden was er een bekend t.v.programma, dat heette: “Geef nooit op”. Kinderen mochten een droomwens bekend maken en de omroep zorgde voor de vervulling er van. Er waren bijvoorbeeld kinderen die wel eens op een olifant wilden rijden. Of kinderen die in de cockpit van een vliegtuig wilden meevliegen. Of kinderen die samen met een beroemde artiest wilden zingen. Ik heb ook wel eens op tv een programma gezien over kinderen die ernstig ziek zijn en nog een wens mogen doen. Zij willen dan nog ergens heen, naar een ver land, om te duiken, te zwemmen met dolfijnen of met een straaljager mee ofzo. Zij krijgen nog een topmoment in hun leven om beter het lijden dat hun te wachten staat te kunnen doorstaan.
Laatst zag ik een tv programma over mensen met kunstbenen die de Mount Everest gingen beklimmen… Doorzetters, die niet bij de pakken gingen neerzitten.

Zondag: In de eerste lezing hoorden we het verhaal over de herbouw van de muren van Jeruzalem na de Babylonische ballingschap. De bouwers kregen heel veel tegenwerking. Daardoor schoot de bouw niet op. Maar de bouwers gaven het niet op. Ze zetten door.
Ik kan daar zelf van meepraten. Wij zijn als katholieken in Krimpen bezig met de bouw van een nieuwe Bron. Niet een put, want water is er genoeg, maar een nieuw kerkgebouw. Daarbij hebben wij ook ontzettend veel tegenwerking gehad van omwonenden. Gelukkig hebben ze ons niet met speren en lansen aangevallen zoals toen in Jeruzalem. Maar ze hebben wel alle juridische middelen aangegrepen om de bouw tegen te houden. Daarmee hebben ze de zaak jarenlang kunnen vertragen. Maar de leden van de bouwcommissie hebben niet opgegeven. En nu kunnen we op 4 maart de eerste paal gaan slaan.

- zo zijn er altijd mensen geweest die iets wilden bereiken en niet opgaven: Nelson Mandela in Zuid Afrika die heel lang in de gevangenis heeft gezeten omdat hij voor de rechten van de zwarte bevolking vocht. Hij gaf zijn ideaal niet op. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten en werd hij president van Zuid Afrika en kon hij de apartheid afschaffen.Moeder Teresa, die in India voor de allerarmste mensen ging zorgen die geen huis hadden, die met het hele gezin met kinderen en baby’s buiten op straat moesten leven en slapen. Zij pakte een keer een doodzieke man van de straat en bracht hem naar het ziekenhuis. Ze wilden die man niet in het ziekenhuis opnemen omdat hij niet verzekerd was en geen geld had. Toen is Moeder Teresa met de man voor de hoofdingang gaan zitten, de hele dag, de hele nacht, de volgende dag, totdat ze uiteindelijk die man toch in het ziekenhuis opnamen.De ouderen onder ons kennen Bonhoeffer, Martin Luther King, Don Helder Camara, Oscar Romero.
- deze mensen gaven nooit op, ondanks grote tegenwerking. De meeste mensen die ik zojuist genoemd heb zijn vaak met de dood bedreigd door tegenstanders. Sommigen moesten hun vaderland en familie verlaten. Al die pioniers hadden veel tegenwerking van mensen die jaloers werden. Ze moesten er veel tijd voor over hebben en moeite doen, er veel voor opgeven om hun doel te bereiken, sommigen zelfs hun leven. Maar ze gaven niet op.

WAAR HAALDEN ZIJ DE KRACHT VANDAAN OM DOOR TE ZETTEN?
- Zij haalden hun kracht uit Jezus. Jezus gaf ook nooit op. Hij had een ideaal en een opdracht van God om het Rijk Gods te stichten. Dat wil zeggen: een samenleving op gang te brengen waarin mensen elkaar liefhebben en recht doen, waarin vrede is en geloof.
- Maar Jezus kreeg heel wat tegenwerking. Van mensen die bang waren dat Hij aan de macht zou komen. Van de wetgevers en zelfs van de religieuze leiders van die tijd: de Farizeeën en de schriftgeleerden.

Laten we zijn leven eens nagaan.
Het begint al bij zijn geboorte. Hij is niet welkom. Hij wordt geboren in een stal. Zijn ouders moeten met Hem vluchten naar Egypte. Maar Hij keert terug naar Nazareth.

Aan het begin van zijn openbaar leven gaat Hij de woestijn in. Hier komt Hij in de verleiding voor een gemakkelijk leven te kiezen en de afgoden van deze wereld te aanbidden: macht, consumptie, goddeloosheid. Maar Hij bezwijkt niet.

Als Johannes, zijn beste medewerker, gevangen wordt genomen, gaat Hij juist aan de slag. Hij laat zich niet intimideren.

Al heel snel krijgt Hij het aan de stok met schriftgeleerden als Hij op sabbat genezingen verricht. In Johannes 5 staat al de eerste vermelding van vervolging. Jezus zegt daarop: "Zolang mijn Vader werkt, werk ik ook".

Ook met het volk krijgt Jezus moeilijkheden. Want ze willen Hem tot koning maken, bijvoorbeeld na de broodvermenigvuldiging. Jezus voelt zich dan gedwongen zich in de eenzaamheid terug te trekken. En dat zal zich nog vaak herhalen.

Na de broodvermenigvuldiging en vele wonderen, krijgt Hij een massa aanhang. Dan begint Hij te spreken over Zichzelf als het brood des levens. Hij zegt: "Geloof mij, als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet blijvend in u". Dan staat er (Joh.6,66) : "Vanaf dat moment keerden vele volgelingen hem de rug toe en gingen voortaan hun eigen weg". Een cruciaal moment in Jezus’ leven. Wat moet hij nu? Stoppen en maar visser of tollenaar worden? Hij richt zich op dat moment tot de twaalf apostelen en vraagt hun: "Willen jullie ook weggaan?". Petrus antwoordt: "Heer, naar wie moeten wij gaan? U spreekt woorden die eeuwig leven geven."

Hij krijgt moeilijkheden met zijn familie. Die proberen Hem naar huis te halen en Hem zo aan het gevaar van arrestatie te onttrekken.

En tenslotte zijn kruisweg: Hij geeft zijn levensopdracht niet op, ook al wordt Hij door één van de apostelen verraden. Hij bidt in de Hof van Olijven dat die kelk aan Hem voorbij mag gaan, maar zegt er direct bij: "Niet mijn, maar uw wil geschiede". Hij blijft trouw aan het goede, aan de hoop, aan de vergevingsgezindheid. Hij scheldt niet tot de ruwe soldaten die Hem aan het kruis slaan, maar Hij bidt voor ze omdat ze niet weten wat ze doen. Hij vergeeft de goede moordenaar, Hij geeft Johannes aan Maria tot zoon en Maria aan Johannes tot moeder. Zijn aandacht blijft zelfs in dit bittere uur op anderen gericht. Hij geeft nooit op. En alleen daardoor kon de verrijzenis komen.

Petrus is ook een voorbeeld: Hij heeft de hele nacht gevist en niets gevangen. Toch geeft hij de moed niet op. Als Jezus zegt: werp het net nog maar eens uit, dan doet hij het. Misschien met vertrouwen, misschien met de moed der wanhoop, misschien alleen om Jezus een plezier te doen, maar hij doet het.

Ook Paulus heeft doorgezet in een moeilijk leven. In 1 Korinthe 15,8 schrijft hij dat hij zich de misgeboorte voelt. Maar daarna zegt hij: "Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij." Hij heeft ook heel wat om Jezus moeten doorstaan: een schipbreuk, vervolging, steniging, gevangenis. Maar ook hij heeft volgehouden ten einde toe.

Hij roept daarom op vast te houden aan het evangelie dat hij verkondigd heeft:

2 KORINTHIERS 4:16 Neen, wij geven de moed niet op. Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens, ons innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag. GALATEN 6:9 Laten we niet moe worden goed te doen; als we de moed niet verliezen, zullen we te zijner tijd de oogst binnenhalen. HEBREEEN 10:25 Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen. HEBREEEN 12:3 Denk aan Hem die zulk een tegenstand van zondaars te verduren had; dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven.

Er is een spreekwoord dat zegt: "Het succes van de geslaagden is begonnen op het moment dat anderen de moed opgaven".

Geef nooit op. Soms heb je een aansporing nodig, iemand die je over het moeilijke punt heen helpt. Heel wat sporters worden door het publiek en door de trainers aangemoedigd. Dat kan net het verschil zijn tussen winst en verlies.
Wij worden aangespoord door Jezus (en een menigte van heiligen die zelf hebben volgehouden).
Geef nooit op, met jezelf niet, met je medemens niet, met God niet. Vooral dat laatste niet, want Hij zal op het moeilijkste moment nabij zijn en kracht geven.- Geef nooit op. Dat advies kunnen wij ook goed gebruiken in de kerk. Want ieder die bij de kerk hoort krijgt veel tegenwerking en minachting. Thuis, op school, overal.

- En mensen die wat doen voor de kerk moeten ook vaak teleurstellingen ondergaan. Regelmatig haken er mensen af. Kinderen en jongeren blijven zomaar weg van een koor of jeugdgroep. En dan nog alle ruzie die we onder elkaar maken. Dat mag u best weten, beste mensen: daar worden pastores wel eens moedeloos van. Dan denken we wel eens: laten we er maar mee stoppen. Ik denk ook wel eens: ik had beter treinmachinist kunnen worden. Dan had ik meer mensen die met me mee gingen. Of ik had een computerwinkel kunnen openen, een disco of een pretpark. Succes verzekerd.

- Leven en werken voor het Rijk Gods is in deze tijd echter geen successtory.
- Maar gelukkig denken we er dan weer aan dat God ons geroepen heeft. Dan denken we aan Jezus die nooit opgaf en dan gaan we toch maar door.

Vorige week zondag waren we nog met jongeren bij de zusters van Moeder Teresa in Rotterdam.
Deze zusters hebben een klein kapelletje in hun huis. Daar hangt een groot kruis, net als hier. En naast het kruis hebben de zusters die woorden van Jezus op de muur gezet: ‘Ik heb dorst”. Weet je waarom ze dat gedaan hebben?
In de vraag van zwervers en daklozen naar wat eten en drinken herkennen ze de vraag van Jezus. Maar ze vatten het nog op een andere manier op: Moeder Teresa zei vaak: de grootste dorst van mensen, de sterkste honger, het sterkste verlangen van elke mens is het verlangen naar liefde, naar aandacht, naar waardering. De honger naar een stuk brood kun je gemakkelijk oplossen: je geeft iemand brood of een bord rijst en het is opgelost. Maar de honger naar liefde is niet zo maar op te lossen. Er zijn zoveel mensen in deze wereld die ongewenst en onbemind zijn…. Om wie niemand iets geeft.
Dat is een echte hongersnood. Juist in de rijke landen. Daar dorsten de mensen naar wat meer liefde”.

Jezus dorst, Jezus verlangt, door die mensen, naar onze naastenliefde. Dat drukken die zusters uit met die tekst naast het kruis. Zij willen proberen dat diepste verlangen van Jezus te vervullen door hun werk voor de zwervers. Daarom noemen ze zich de zusters van de naastenliefde, de missionaries of charity.

Jezus had liefde voor alle mensen. Hij vervulde het verlangen van mensen naar waardering en liefde. Daarom kon Jezus zich het levende water noemen.
Als wij Jezus navolgen en iedereen onze liefde geven, dan kunnen we ook levend water zijn, een bron van levensvreugde en geluk voor anderen.

- beste mensen, het Rijk Gods is een kostbare zaak. We moeten er veel voor over hebben. Geef nooit op.