Datum  5e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD 
1e lezing  Ezechiel 37,12-14  
Evangelie  Johannes 11,1-45 
Thema  Mens, kom naar buiten 

Preek

De eerste lezing is uit de tijd van de ballingschap van het Joodse volk in Babylonië. Hun gevangenschap wordt vergeleken met die van doden in een graf. In deze tekst is het graf niet letterlijk bedoeld. Toch is deze tekst gekozen als voorafbeelding van het evangelie waarin er wel van een echt graf sprake is.

De evangelielezing is erg lang. Oorspronkelijk was de liturgie in de veertigdagentijd een katechesecyclus voor mensen die zich voorbereidden op hun doopsel in de paasnacht. Ook voor ons is deze lezing interessant omdat ze ons al veel leert over het paasmysterie.
PREEK

De winter is voorbij. De lente begint binnenkort. De zomerzon wekt de natuur weer tot leven. De krokussen, narcissen en bomen bloeien al. De natuur staat als het ware op uit het graf.

Maar hoe zit dat in het menselijk leven?
Er is veel dood in het leven. En met dood bedoel ik hier niet de lichamelijke dood, maar de psychische en sociale dood: als iemand geen levensdoel of zin in het leven meer heeft of geheel in zichzelf opgesloten leeft en geen sociale contacten meer heeft, is hij levend dood. En mensen die uitgestoten, uitgesloten of verdrukt worden. Bijvoorbeeldvrouwen in de derde wereld (Ghana) die nog als huishoudslaven voor hun man levendrugsverslaafden die op straat levenalcoholverslaafden, die meer kapot maken dan hun lief isgehuwden die niet meer spreken met elkaareenzamen die zichzelf teruggetrokken hebben uit de familie en de samenleving, of verstoten zijnmensen in vluchtelingenkampeneen jong iemand in psychiatrische inrichtingmensen die elke avond achter de tv zitten
Deze mensen zijn levend dood, levend begraven. Misschien hebben ze hun eigen graf gegraven. Misschien zijn ze slachtoffer.
Voor ons allen is de vraag hoe wij die mensen kunnen helpen, hoe wij hun graven kunnen openen. Kunnen wij net als Jezus tot hen roepen: Mens, kom naar buiten!

De nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning roept ons op om zorg te hebben voor elkaar. Om naar elkaar om te zien. De staat ziet zichzelf niet langer als vader of moeder die haar burgers van de wieg tot het graf moet verzorgen. De WMO roept ons op weer zorg te hebben voor elkaar en wil dat financieel ondersteunen. De mantelzorg en het vrijwilligerswerk.

Ik ben ook voor een sociale dienstplicht. Zowel voor intellectuele stuudjes en carrièremakers als voor ongeschoolde werkeloze jongeren lijkt het mij heel goed om te ontdekken hoeveel eenzaamheid en sociale nood er in de samenleving is.

Jezus had geen betaalde baan, geen status, geen diploma's, had geen vaste levenspartner, geen vaste woonplaats, geen erkenning. Maar Hij stond klaar voor iedereen, had liefde voor elke medemens en een groot vertrouwen op zijn hemelse Vader. Zo gaf Hij zin aan zijn bestaan. Zo vond Hij zijn levensroeping, zijn levenstaak. Zo kon Hij anderen tot leven wekken.

Jezus staat temidden van alle ellende en dood. Hij gaat niet aan de nood van mensen voorbij. Hij gaat naar Marta en Maria, hoewel Hij kort daarvoor daar in Judea nog bedreigd was. Jezus kende ook verdriet. Hij weende om de dood van Lazarus. Als de dood van de mens God niet zou raken, dan zou Jezus hier niet gehuild hebben.
Wanneer kleuters sterven of onschuldige mensen vermoord worden dan huilt God ook. Dan breekt ook zijn hart. Wij zeggen dat God almachtig is, maar ik denk dat Hij vaak machteloos moet toezien hoe mensen gruweldaden verrichten. Anders had Hij ook zijn eigen Zoon die kruisweg kunnen besparen.

Maar God beschouwt nooit iets als verloren. Hij kan uit de dood opwekken. Er is altijd hoop op nieuw leven. Lazarus lag al vier dagen in het graf. Menselijk, medisch en wetenschappelijk gesproken was er geen enkele hoop meer. Jezus gaf hem toch nieuw leven.

Als christenen beschouwen we nooit iets of iemand als verloren. Wat dood is kan door Jezus tot nieuw leven gewekt worden. Je kunt ook zeggen: door ons geloof kan wat dood is weer levend worden. Ook wij kunnen door ons geloof medemensen die psychisch, sociaal of maatschappelijk dood zijn weer tot leven wekken. Mensen uit hun graf naar buiten roepen.

Gistermiddag hebben we afscheid genomen van mevrouw Stam. Zij had in haar jeugd graag de kans gehad door te studeren en carrière te maken. Maar ze kreeg een groot gezin waarin ze haar moederrol bewust en moedig aanvaardde en invulling gaf. Ze benijdde haar dochters die wel meer ontplooiingsvrijheid kregen. Toen de kinderen ouder werden is ze alsnog naar buiten gekomen en heeft ze zich zeer verdienstelijk gemaakt in de Unie Van Vrijwilligers, het Rode Kruis, de kerk, voor de derde wereld (Lins). Zo heeft ze haar geloof handen en voeten gegeven.

Op het hongerdoek zien we dat er mensen uit hun huizen komen om dienstbaar te zijn aan anderen. We zien bijvoorbeeld de belbus voor ouderen, die gereden wordt door vrijwilligers. Zo worden ouderen uit hun isolement gehaald. Zo ontstaat er nieuw leven. Bij deze gelegenheid wil ik dan ook alle chauffeurs eens bedanken die onze ouderen naar de kerk rijden.

Mens, kom naar buiten. Misschien zegt Jezus het ook wel tegen u en tegen jou. Kom naar buiten als een bloem die na de winter weer uit de grond komt. En als we dat moeilijk vinden, dan bidden we Jezus om ons op te wekken. Hij kan ons de kracht geven weer op te staan.