Datum  12e ZONDAG JAAR A 2008 
1e lezing  Jeremia 20,10-13 
Evangelie  Mt.10,26-33 
Thema  de laatste man, de redder in nood 

Preek

Broeders en zusters, jongens en meisjes,


Deze weken staan natuurlijk in het teken van het voetballen.
Wat ik altijd zo bewonder is de moed van de keeper, bijvoorbeeld van van der Sar. Hij gaat nergens voor opzij. Ik weet nog wel dat ik vroeger nooit durfde te keepen. Het gevaar komt dan steeds recht op je af. Ik schrok dan steeds en raakte makkelijk in paniek. En als je niet stevig in je schoenen staat lopen ze je ondersteboven. Een keeper heeft geleerd niet te schrikken en op het gevaar af te gaan. Hij is de redder in nood. Als de verdedigers fouten maken, dan moet hij in actie komen en de zaak redden.

Zo, jongens en meisjes, beste mensen, mogen we ook de plaats van Jezus zien in de mensengeschiedenis. Jezus is de laatste man, de redder in nood. In de nood van de mensheid. In de strijd tussen goed en kwaad. Waar het al eeuwen fout ging door de menselijke tekorten, daar stond Jezus om het leven te redden.

Als een ploeg goed samenspeelt, goed aanvalt en verdedigt, dan heeft de keeper niets te doen.
Als de mensen goed met elkaar zouden leven, dan zou Jezus niet nodig geweest zijn. Maar elke generatie weer is er naast veel goed ook veel kwaad. In ieder mensenleven is dat er. We laten allemaal afzonderlijk en ook samen steken vallen. Jezus werd door God in het veld gestuurd om de mensheid te redden van de ondergang. Dankzij zijn ingrijpen kunnen we doorspelen, kan de mensengeschiedenis doorgaan tot de finale aan het eind van de wereld.

Maar nu komt het: Jezus heeft na 33 jaar gezegd: nu gaan jullie op het doel staan. Ik ga terug naar mijn Vader in de hemel, ik wordt de trainer die aan de kant staat en jullie gaan het veld in. De kerkgemeenschap is de club van Jezus die de overwinning op het kwaad moet behalen in deze wereld.

Juist in deze tijd is de tegenstander van Jezus sterk: overal is ongeloof, onrecht, egoïsme, individualisme, ongelijkheid, oneerlijkheid. De kerk heeft daarom een profetische functie. Maar daardoor roept de kerk ook verzet op. Net als Jeremias kunnen we velen horen fluisteren: "die kerk, dat geloof brengt ontzetting overal. Laten we de kerk ten val brengen."

Maar net als Jeremias mogen wij zeggen: "De Heer is bij mij als een machtig strijder. Onze tegenstanders zullen niet overwinnen".
Ook tot ons zegt Jezus, onze trainer: "Wees niet bang voor de mensen. Wees niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel".

Wij hebben een doel dat goed is: een rechtvaardige wereld waarin de arme aan zijn recht komt. Wij geloven in een God die van alle mensen houdt. Waarom zouden we ons voor dat geloof schamen? Omdat onze trainer ons ook een bepaalde discipline oplegt, bepaalde regels? Alleen zo kunnen we ons doel bereiken.

Misschien komt er een tijd dat we voor ons geloof en voor onze kerk moeten lijden, zoals de kerk in China en sommige Aziatische landen, zoals her en der in Afrika. In Tsjaad verblijven een half miljoen vluchtelingen in kampen, terwijl het één van de armste landen van de wereld is. Zij hebben niets: geen voedsel, geen medicijnen, geen scholen. En regelmatig worden de vluchtelingenkampen weer overvallen door rebllen en bandieten die de tenten plunderen, meisjes verkrachten en brand stichten. Het is verschrikkelijk wat die mensen allemaal meemaken.

Jeremia zegt duidelijk dat God de kant van de arme kiest: "Zingt een loflied voor de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered." Maar God kan dat alleen met onze hulp. Met onze financiële steun aan de Stichting Vluchteling.

Een bekende bisschop die het voor de armen opnam was Oscar Romero in El Salvador. De naam van dat land betekent: de Redder en is dus genoemd naar Jezus. Ze vroegen Romero eens, toen hij al vaak met de dood bedreigd was: "Bent u niet bang dat ze u zullen vermoorden?" Hij antwoordde met de woorden van Jezus: "Wees niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel". Later is Hij ook vermoord, nog wel terwijl hij de mis deed achter het altaar. Nu is er vrede in El Salvador. Uiteindelijk heeft het recht toch gewonnen.

Dat mag ook een bemoediging zijn voor de kerk hier in het westen. We worden steeds onbelangrijker in de maatschappij. Onze invloed wordt steeds verder teruggedrongen. Maar Jezus zegt: Ga voor niets opzij.
De kerk is toch de laatste redding voor deze maatschappij. Daar moeten we in geloven.
Jezus geeft ons daar twee motieven voor: Het koninkrijk van God zal toch komen. Wij vechten niet voor een verloren zaak, want het gaat om de zaak van God zelf. Ten tweede: "Buiten de wil van de Vader valt niet één mus op de grond". Wij zijn geborgen in Gods hand, niets of niemand kan ons daaruit roven.Laten we dus voor niets of niemand opzij gaan.