Datum  5e ZONDAG JAAR B 2009  
1e Lezing   
Evangelie  Marcus 1, 29-39 
Thema  Heb jij nog idealen? 

Preek

INLEIDING OP DE EVANGELIELEZING

In het evangelie zullen we horen dat mensen pas na zonsondergang de zieken bij Jezus brachten. Waarom niet overdag, zullen we ons misschien afvragen. Dat was omdat het verhaal zich afspeelt op de joodse rustdag, de sabbat. Volgens de joodse wetten mocht je dan geen zwaar werk doen en geen lange afstanden reizen. De sabbat eindigde met zonsondergang. Daarna mocht dat dus weer wel.

PREEK

Aan wie moest u denken bij de woorden uit de overweging:
mensen die blijven proberen,
volhouden …. met het zoeken naar een weg naar morgen.
Voor diegene waar al eigenlijk geen morgen meer voor bestond
Enkel gedreven door een ideaal….
Die ondanks alle tegenslagen diep geloven ??

Ik moest denken aan Ingrid Betancourt. Ondanks veel jaren gijzeling door rebellen, met dagen dat ze dacht dat ze het niet zou overleven, bleef ze geloven en bleef ze haar idealen koesteren. Bij haar vrijlating had ze een rozenkrans in haar hand. Ze koesterde geen wrok tegenover haar vijanden.

Zij deed wat in de inleiding stond: “Mensen zijn onredelijk, onlogisch en egoïstisch
maar blijf van hen houden, ondanks alles. .. en …. Als u in het leven overal uw beste beentje voor zet, krijgt u soms de wind van voren, maar blijf uw beste beentje voor zetten, ondanks alles.”

Ik moest ook denken aan Jezus. Tenslotte gaf Hij zijn leven voor zijn idealen. Hij bad aan het kruis voor zijn beulen.
Hij was niet uit op succes en macht. Daarom trok Hij zich na elk wonder weer terug in de eenzaamheid. Daarom verbood Hij aan demonen om via bezetenen bekend te maken wie Hij was. Juist de demonen wisten dat Jezus de Zoon van God was. Maar ieder mens moest dat zelf ontdekken. Hij wilde niet dat dat van de daken geschreeuwd werd.
Als de apostelen Hem de volgende morgen zeggen: “Iedereen zoekt U”, dan laat Hij zich niet op de handen terugdragen om bejubeld te worden, maar zegt Hij: “Laten we ergens anders heengaan, zodat ik ook daar kan verkondigen”. Jezus is vrij van eerzucht en machtswellust.

Daar kunnen we veel van leren. Wij willen onze successen graag breed uitmeten. Op het hoogste treetje van het erepodium staan. Bewonderd en bejubeld worden. Wij willen het graag voor het zeggen hebben. Maar is dat ons ideaal? Is dat een christelijk ideaal?

Hoe staat het met onze idealen die we hadden in onze jeugdjaren? Of kort na de 2e wereldoorlog? Of in de 80-er jaren? Of aan het begin van dit millennium? Onze idealen van een rechtvaardige verdeling van alle aardse goederen? Van vrede en gelijkheid van alle mensen? Koesteren we die idealen nog, nu we een goed betaalde baan hebben? Nu we geld over hebben om te beleggen? Doen we dat bij idealistische banken, ook al levert dat minder rendement op?
Koesteren we nog onze milieu-idealen nu we een auto voor de deur hebben staan? Laten we de auto nog wel eens staan om het milieu te sparen?
Hoe staat het met onze jeugdidealen van gelijkheid en uitbanning van alle racisme, nu we dagelijks in de metro zoveel vreemde talen horen spreken om ons heen, zodat we ons toch niet meer helemaal thuis voelen in eigen land? Voelen we ons nog steeds wereldburger of steekt het nationalisme toch weer de kop op in ons?

Blijven we het brood en de beker delen ’s zondags, ook al zijn er zoveel andere leuke en spannende of ontspannende dingen te doen op zondag, ook al gaan onze kinderen, broers, zussen en vrienden niet meer naar de kerk?

Idealen zijn zo broos en kwetsbaar. We zijn zo gevoelig voor mensen om ons heen die anders denken of geen idealen hebben en zeggen: “Ach, waar maak je je druk om. Je kunt toch niets tegen doen het geweld, tegen de armoede, tegen discriminatie en racisme. En die paar energieverslindende lampen bij jou thuis, dat maakt toch niets uit vergeleken met al die lichtreclames? Je kunt toch niets doen tegen de ontkerkelijking en tegen de vrijzinnigheid en bandeloosheid van deze wereld.”

Het is daarom heel belangrijk gelijkgezinden te zoeken en te ontmoeten om onze idealen vast te houden. Binnen een politieke partij, een kerkgemeenschap, een kerkelijke beweging of een vereniging voor een goed doel. Alleen samen met anderen kun je aan je idealen vasthouden.
Zeker, er zijn mensen die in grote moeilijkheden, in afzondering en onder intimidatie toch hun geloof en idealen behouden. Maar dat zijn de uitzonderingen. De helden en heiligen. Maar zo hoeft het niet. God heeft ons de kerk en medemensen gegeven om samen onze idealen hoog te houden en na te streven. We hoeven dan alleen de moeite te doen om lid te zijn van zo’n partij, kerkgemeenschap of vereniging en de bijeenkomsten regelmatig te bezoeken. Dan blijven we op de goede weg en kunnen we onze idealen vasthouden. Samen sta je sterk.

Straks zingen we:
When I get weary, and times are bad
And I feel I lost the joy that I ones had
There’s one solution, one way to go
Gotta share my load with the brothers in the Lord.

De overweging eindigde met de opmerking: Ook die mensen (die ondanks alle tegenslagen diep geloven, die blijven vechten voor gerechtigheid en kansen voor de ander) kunnen het niet alleen
Hebben andere mensen nodig die hun ondersteunen, ze troosten en waarderen
Of simpelweg samen met hen de handen uit de mouwen steken
Die hun geloof in een betere wereld levend weten te houden.

Jezus kon het alleen, zijn idealen vasthouden, met de steun van God zijn Vader. Maar wij zijn Jezus niet. Laten we daarom elkaar vasthouden en zo onze idealen hooghouden.
En voor de uitvoering van zijn idealen vroeg Jezus wel de hulp van mensen, van zijn apostelen en leerlingen. Hij vraagt ook onze hulp, de mijne en de jouwe. Heb jij nog idealen? God heeft ze wel en wil ze graag met jou delen.