| 1e lezing | Gen.12,1-4a |
| Evangelie | Mt.17,1-9 |
| Thema | Trek weg uit uw luxe bestaan |
Beste mensen,
Er was vorige week goed nieuws uit de wereldpolitiek: de rijke landen hebben besloten de arme landen hun schulden kwijt te schelden. Of het er echt van komt moeten we afwachten, want de vraag is nog wie die schulden dan gaat betalen. Maar er is hoop. Er is nu in ieder geval bereidheid er over te praten. Dat is een wezenlijke verandering in de houding van de rijke landen.
Zo gebeurt er opnieuw iets wat 4000 jaar geleden ook gebeurde: God riep Abram weg uit zijn land, zijn stam en familie. Hij moest zijn eigen welvaart opgeven en een avontuur aangaan. Vertrouwend op Gods belofte dat hij een goede gezegende toekomst zou hebben.
Het is nogal wat: je geboorteland verlaten, je stam en familie. In deze tijd is dat geen probleem: je pakt het vliegtuig en na een paar uur stuur je een mailtje of sms-je dat je veilig bent aangekomen in een luxe 5-sterrenhotel in Tenerife of Turkije. Maar 4000 jaar geleden was wegtrekken uit je geboorteland heel wat anders: je liet al je zekerheden voorgoed achter: je bezit, je kennissen, je huis, je familie, je godsdienst, etc. Je gaat zwerven, komt in vreemde gebieden en tussen vijandige of minstens wantrouwige stammen of steden terecht. Zoiets als nu naar Irak gaan: je bent je leven dan niet zeker.
Het is overigens wel komisch: Abram woonde in Irak, toen nog Babylonië geheten, toen nog een aards paradijs.
Wat Abram deed was wel veel moediger dan wat de rijke landen nu doen. Want ik denk niet dat wij er een boterham minder om zullen eten als de schulden van de 3e wereld kwijtgescholden zijn: dat geld was toch niet te innen. Het zal hooguit betekenen dat de steenrijke banken en bedrijven wat renteverlies lijden. De directeuren zullen er niet wakker van liggen. En evenmin zullen zij denken dat ze door God verder geholpen moeten worden.
In deze veertigdagentijd worden wij in de kerk opgeroepen ook een weg te gaan zoals Abram ging. We worden ons bewust van onze grote luxe en welvaart en worden opgeroepen soberder te gaan leven en te delen met de armen. Ik kwam laatst weer een prachtige uitspraak tegen: “We moeten ons niet afvragen wat we aan de armen moeten geven, maar wat we voor onszelf mogen houden.” Al het overige, onze overvloed, is niet van ons, maar van de armen en dienen we aan hen terug te geven. Bijvoorbeeld via de vastenactie.
Maar hier schuilt een moeilijkheid: luxe en rijkdom werken verslavend. We zijn er aan gehecht. Bijvoorbeeld wie op wintersport de bergen in gaat en het daar naar zijn zin heeft, die wil niet meer naar huis. Die zou daar altijd willen blijven. Niet meer werken, niet meer zelf koken, wassen, het huis onderhouden, etc. Alleen maar lusten en geen lasten.
Het evangelie toont ons hoe menselijk dit is. De apostelen hadden ook zo’n ervaring op de berg Tabor. Daar mochten ze even ervaren hoe het later in de hemel zal zijn: samen zijn met de heiligen, in een verblindend licht en warmte als van de zon. Jezus als hun grote vriend en beschermer in hun midden. Petrus wilde er blijven. Hij zegt: “Het is goed dat wij hier zijn. Laten we hier maar onze tenten opslaan”.
Maar die blik in de toekomst was hun alleen gegund om kracht in het lijden te vinden. Zoals Mozes eens terug moest naar het zondige volk in de woestijn, zoals Elia als profeet naar de mensen gestuurd werd om hen op onrecht te wijzen, zo moesten ook Jezus en de apostelen na de gedaanteverandering terug naar het volk en zouden ze eerst door een lijdensweg heen moeten alvorens de eeuwige verheerlijking te bereiken.
Geen lusten zonder lasten. Geen verrijzenis zonder lijden. De drie apostelen die Jezus meegenomen had waren de drie apostelen die Hem in de Hof van Olijven ook moesten vergezellen in zijn lijdensuur.
Die berg Tabor vinden we nu in de kerk. In de kerk mogen wij altijd even iets van de hemel zien. Hier zijn we even zonder zorgen. Hier zijn we allen samen zonder onderscheid van rijkdom, rangen of standen. Hier is telkens een uur van vrede en geluk. Hier is de verrezen Heer in ons midden. Maar steeds weer worden we er op uitgestuurd, terug de wereld in, vol met problemen, onrecht en lijden.
Met Jezus in onze herinnering en in ons hart kunnen we echter het leven beter aan. Als we geluisterd hebben naar Hem vinden we de goede weg door het leven. Hem navolgend vinden we de kracht en de moed iets te doen tegen het onrecht en het lijden in de wereld.
Op het eind van de verheerlijking op de berg Tabor zei Jezus: “Staat op en weest niet bang”.
Ook tot ons zegt Jezus in de kerk telkens weer: "Staat op en weest niet bang".
Als wij straks opstaan aan het eind van de viering is dat niet omdat de voorstelling afgelopen is en we weer naar huis gaan om ons gezapig leventje voort te zetten. We staan dan op omdat Jezus het zegt en ons er op uitstuurt, de wereld in. Dat opstaan moeten we straks dus heel bewust doen.