INLEIDING

Broeders en zusters,

Ik wil u van harte welkom heten in deze (oecumenische) dienst in de bidweek voor de eenheid van de christenen. De woorden “van harte” zijn clichéwoorden, maar ditmaal spreek ik ze bewust uit. Want het is voor mij persoonlijk een grote vreugde met mensen van verschillende kerken bijeen te zijn. Al van jongs af aan heb ik het vreemd gevonden dat christenen niet samen de zondag kunnen vieren. Altijd al heb ik gevoeld dat we zusters en broeders van elkaar zijn door ons geloof in één God en in één Heer Jezus Christus.
Ik was heel blij met de ontdekking in mijn theologie-opleiding dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen de kerken en dat er meer is dat ons bindt dan dat ons scheidt.
Oecumene werd voor mij helemaal een heilige plicht toen ik me er van bewust werd dat Jezus’ laatste wens, uitgesproken op het laatste avondmaal in een gebed tot zijn Vader, de eenheid was tussen zijn leerlingen en vrienden. Iemands laatste wilsbeschikking, iemands testament proberen we natuurlijk uit te voeren als we echt van die persoon houden.
Daarom vind ik het fijn hier vandaag voor te mogen gaan en ik hoop dat u allen naast de nodige inspiratie vooral een gevoel van verbondenheid mag ervaren in deze viering, vreugde in het samenzijn.

PREEK

Lang geleden nam ik deel aan de pax-christivoettochten. Ik herinner me nog dat we op de terugweg in de trein in gesprek kwamen met een oud echtpaar. Een tochtgenoot, een jongen van ±18 jaar noemde in dat gesprek Jezus een goed mens. Het echtpaar viel over hem heen: “Nee, Jezus was de Zoon van God en het fundament van ons leven, jongeman”. Toen stokte het gesprek, want met dat antwoord kon die tochtgenoot niets. Als jongeren waren wij nog op zoek naar Jezus. Je hoort en ziet als jongere van alles, maar je kent de waarde en de betekenis er nog niet van. Jongeren bekijken wat te zien is boven de grond en hebben nog niet de diepgang om het fundament te zien. Ik probeerde nog te bemiddelen door te zeggen dat de twee visies toch niet tegenstrijdig waren. Maar het echtpaar bleef er bij: “Als we Christus niet beleden als het fundament van ons leven, dan konden we niet gered worden”.
Het was voor mij heel pijnlijk zoveel onbegrip te zien tussen twee mensen die zich allebei christen noemden. En ik denk dat dat ook voor Christus zelf een groot lijden is zijn volgelingen zo te zien bekvechten. Christus moet dan toch hetzelfde voelen als ouders die zien dat hun kinderen waarvan ze zo veel houden, onderling aan het ruziën zijn en elkaar naar het leven staan.

Christus, het ene fundament. Dat is zeker waar. Maar op een fundament kun je verschillend bouwen.”Paulus schreef: “Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieder werk zal duidelijk worden wat het waard is”. Je kunt op een fundament een bakstenen neo-gotische kerk bouwen maar ook een moderne betonnen kerk. Op dat ene funadment staan katholieke en protestantse kerken, orthodoxe en evangelische. Je kunt over Christus spreken in de taal van de Statenvertaling, maar ook in de hedendaagse taal zoals die gebruikt is in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het belangrijkste is dat we met liefde over Hem spreken.
Het thema, Christus, het ene fundament, komt uit de brief van Paulus aan de Korintiers. In diezelfde brief staat tien hoofdstukken verder de uitspraak: “Al had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen, had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.”. Dus niet de rationele verwoording van het geloof in belijdenisgeschriften, maar de liefde die Christus van ons vraagt, moet ons tot eenheid brengen. De liefde voor Christus en voor elkaar.

Het afgelopen jaar was maatschappelijk niet zo’n best jaar. Veel politiek en religieus geweld en een toename van de onverdraagzaamheid tussen mensen met verschillende levensovertuigingen. Gelukkig waren er ook drie positieve gebeurtenissen: de Europese unie werd uitgebreid met tien staten, drie protestantse kerken kwamen tot een hereniging en er kwam een oecumenische bijbelvertaling uit.
Toen het ijzeren gordijn viel en de euro werd ingevoerd heb ik al gezegd: de kinderen van de duisternis zijn slimmer dan de kinderen van het licht. Wij als christenen moeten ons schamen. Wij zouden eigenlijk het voorbeeld moeten geven van eenheid en samenwerking. Economen weten elkaar wel te vinden, zij werken samen, zelfs in verboden kartelafspraken. Waarom weten wij als kinderen van één Vader elkaar niet te vinden? Paulus schrijft aan verdeelde christenen: “Wanneer u verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander?
Gelukkig is in Nederland het afgelopen jaar dan toch een belangrijke stap gezet naar eenheid van de kerken.

In een brief van de Raad van Kerken voor deze Bidweek voor de eenheid schrijft bisschop Hurkmans:
“We leven in een multiculturele samenleving. Meer dan ooit ervaren wij dat wij elkaar nodig hebben. Wij kunnen ons niet veroorloven ons sterk te maken tegenover elkaar, onze kracht ligt in wat we met elkaar delen. …
Wat we mogen, kunnen en moeten betekenen voor elkaar en voor de wereld om ons heen, putten we uit onze band met Christus. Wij kunnen elkaar als christenen, ieder vanuit zijn of haar eigen traditie, inspireren om die band met Christus te vitaliseren.”

De tijd is voorbij dat we elkaar bestrijden met belijdenisgeschriften waarin we proberen God in onze woorden, begrippen en beelden te vangen en te definiëren. Definiëren betekent letterlijk begrenzen. En dat is denk ik de grootste ketterij: de grote onbegrensde onvoorstelbare ongrijpbare God op te willen sluiten in onze menselijke begrippen, ons beperkt verstand.
In plaats daarvan kunnen we het beste evangeliseren door elkaar en anderen in alle eenvoud en nederigheid te vertellen wat Christus voor ons persoonlijk betekent.

Het echtpaar en de jongen in de trein hadden tot elkaar kunnen komen en als vrienden uit elkaar kunnen gaan als het echtpaar gezegd had: “Christus is voor ons het fundament van ons leven geworden, want wij hebben door Hem dit en dat gekregen, dit en dat kunnen doen, toen en toen zijn aanwezigheid gevoeld, deze en die genaden ervaren.”

In de inleidende brief van de Raad van Kerken op deze Bidweek staat: “Het is nodig dat de verschillende christenen de dialoog over het geloof in Christus voortzetten. We mogen elkaar bevragen op onze beleving van Christus als de rots waar wij ons geloof op gebouwd hebben”.

En Paulus schreef: “Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?” Daarom moeten wij bij elkaar op bezoek komen en met elkaar in gesprek blijven.