1e lezing  Jesaja 42, 1-4.6-7 
Evangelie  Mt.3,13-17 
Thema  In diens bij God 

Broeders en zusters,

In een personeelsadvertentie staan de volgende functie-eisen:

Weet u voor welke functie dit gevraagd wordt? Secretaresse

Een andere:

Voor welke functie wordt dit gevraagd, denkt u? Coach van overheidspersoneel.

En deze:

Van wie wordt hier een profielschets gegeven?
Van een maatschappelijk werker, een cipier of een medewerker van een arbeidsbureau? Een psycholoog, bejaardenverzorger of een reclasseringswerker?
Nee, deze profielschets werd door Jesaja gemaakt om iemand te beschrijven die in dienst van God wil treden. Dienaar van de Heer, wordt hij genoemd.

Wie voldoet aan deze beschrijving? Met name de eis om geen geldingsdrang te hebben en goed te kunnen luisteren zijn in deze tijd niet erg populair.

Een inwoner van Nazareth heeft op deze advertentie gesolliciteerd. Hij meldde zich bij het uitzendbureau, bij een zekere Johannes. Als teken van aanname werd Hij gedoopt. En de baas zelf bevestigde het met de mededeling dat deze dienaar zijn Zoon was, zijn veelgeliefde, in wie Hij welbehagen had. Moderne vertalingen zeggen: “een man naar mijn hart”.

Wij mogen allen op die advertentie solliciteren. Eigenlijk zijn we al aangenomen, want we zijn al gedoopt. God heeft zijn hoop en verwachting al op ons gesteld.

Hoe is onze relatie met de grote baas? Hoe kijken we tegen hem aan? Zien we Hem als een strenge baas die alleen maar kritiek op ons heeft? Of zien we hem als een fijne baas, die oog heeft voor onze inzet? Een baas die ons waardeert en die ons graag ontmoet?

Als wij kijken wat die baas van zijn Zoon verwacht, dan mogen we veronderstellen dat Hij zelf ook zo is. De appel valt niet ver van de boom. Dan mogen we God zien als een baas voor wie de werknemer geen nummer is, geen machine, geen automaat. God kent onze teleurstellingen, ons lijden en onze zwakheid. Maar toch wil hij ieder van ons in zijn dienstbetrekking.

Dit besef kan ons helpen ons over teleurstellingen heen te zetten en onze levensopdrachten moedig te aanvaarden.
God ontslaat ons nooit. Als dienstknecht van God gaan we ook nooit met pensioen. We komen zelfs niet in de ziektewet, want nooit is iemand te ziek om te geloven en de medemens te beminnen. Een woord van dank, een gebed, een vriendelijke blik is al genoeg om dienaar van God te zijn.

Er is ook geen minimumleeftijd om deze functie te aanvaarden: jongeren met hun energie en talenten, ouderen, allen staan we in dienst van God.

“Dit is mijn liefste kind, een mens naar mijn hart”. Moge die woorden van God voor ieder van ons van toepassing zijn.