| 1e lezing | Jesaja 60,1-6 |
| Evangelie | Mt.2,1-12 |
| Thema | Uitwisseling van geestelijke rijkdom |
-- Onze samenleving, onze tijd:
- veel afvallige katholieken
- jeugd niet kerkelijk
- veel buitenlanders met andere cultuur en godsdienst
- veel niet-gelovigen die elke uiting van godsdienstigheid in het openbare leven willen verbieden
- veel twijfelende gelovigen
- een wederzijds toenemende onverdraagzaamheid en gewelddadigheid tussen moslims en niet-moslims
-- het Evangelie lijkt veel rooskleuriger:
Ik heb een stal met Jozef, Maria, herders, herdersjongens, koningen, kameeldrijvers, mensen uit de buurt die voedsel brengen. Gezellige drukte.
-- In het echt: koningen kwamen toen herders al vertrokken waren. Andere figuren worden niet vermeld.
-- Ieder op z'n tijd bij de Heer:
- van huis uit, zoals Jozef en Maria,
- afkomend op belevenissen, zoals de herders
- zoekend naar de diepere zin van het leven, zoals de wijzen
-- Verschillende wegen:
= de ster: roeping door God
= raadplegen van medemens: de kerk
= H. Schrift: bron van openbaring
-- Nooit veroordelen, nooit wanhopen:
[ ieder z'n eigen weg naar de Heer en op z'n eigen tijd.
[ de één direct, de ander langs omwegen
[ sommigen door schade en schande
-- Maar afwijzing ook mogelijk:
< Herodes hoorde van Jezus, kende de H.Schrift, maar ging toch tegen Jezus in.
-- Wat voor individuele mens geldt, geldt ook voor de volkeren:
+ sommigen direct geroepen: het joodse volk
+ anderen later: de heidenvolkeren
+ sommigen via omwegen nog onderweg: andere godsdiensten.
-- Wijzen uit oosten uit vreemde cultuur
-- Boden hun geschenken aan
-- Evangelisatie: met respect voor andere culturen:
daarin zitten waardevolle dingen die het christendom kunnen verrijken.
-- Vaticanum II over missie ( Ad gentes nr.22 ):
" Naar het voorbeeld van het kerstgebeuren nemen de jonge kerken in een wonderlijke ruil alle rijkdommen van de volken op. Zij ontlenen aan de gewoonten en overleveringen, aan de wijsheid en de leer, aan de kunsten en de wetenschappen van hun volken al hetgeen kan bijdragen tot de belijdenis van de eer van God en tot de juiste ordening van het christelijke leven. .... Zo zal het christelijke leven aan het karakter en de aard van iedere cultuur aangepast worden en de bijzondere overleveringen zullen tezamen met de eigen gaven van iedere familie van volken in de katholieke eenheid worden opgenomen."
-- In deze tekst wordt er alleen nog over gesproken dat de jonge kerken de rijkdommen van de cultuur van hun eigen land overnemen. Na Vat.II is deze gedachte verder ontwikkeld en beseffen we dat de oude kerken van het westen ook verrijkt kunnen worden met de rijkdommen van niet-westerse culturen.
Bijvoorbeeld de gastvrijheid. Ik werd bij een reportage over de ramp in Azië getroffen door wat een Nederlandse ooggetuigen vertelden: een Thaise gids, die familie, huis en bezit verloren was, kwam nog naar het hotel om de gasten te zeggen dat de excursie ’s middags niet doorging. De toeristen in nood werden eerst geholpen, daarna pas de eigen familie en landgenoten. Van deze onvoorstelbare gastvrijheid en dienstbaarheid konden wij westerlingen nog veel leren. Wij werden daar in het verre Oosten als koningen behandeld.
In Nostrae Aetate, het document over niet-christelijke godsdiensten, staat: “De katholieke kerk verwerpt niets van datgene wat in andere godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en levensregels, die voorschriften en leerstellingen, die toch niet zelden een straal weerspiegelen van die waarheid die alle mensen verlicht…. Daarom spoort zij haar kinderen aan om met bedachtzaamheid en liefde door gesprekken en door samenwerking met de aanhangers van andere godsdiensten, die geestelijke en zedelijke goederen alsook die sociaal-culturele waarden die bij hen gevonden worden, te rekenen. (nr.2)
-- Steeds meer vluchtelingen, gastarbeiders, buitenlanders en vreemdelingen vestigen zich in onze samenleving. We kijken er vaak angstig tegenaan. Beter is het contact te zoeken en hierin kansen te zien voor de eenwording van de wereld.
-- Deze paus heeft in zijn pontificaat heel wat godsdienstleiders ontvangen. In alle respect. In 1986 is hij begonnen om jaarlijks met alle grote godsdienstleiders te bidden om de vrede. Hij is de eerste paus die niet uit is op bekering van de andere godsdiensten, maar inziet dat ze er nu eenmaal zijn, dat ze niet meer weg te denken zijn en dat we samen deze aarde moeten bewonen. Daarom is deze paus een revolutionaire paus, een historische paus, die in de geschiedenisboeken zal komen als de paus die de oogkleppen van de katholieke kerk heeft weggenomen en de katholieke kerk weer de ogen heeft geopend voor de wereld om ons heen.
-- Zo zal ook het christendom uitgezuiverd en versterkt worden als we de dialoog met anderen culturen en volken durven aangaan. Als we net als de wijzen uit het Oosten onze rijkdommen uitwisselen.
-- De tijd is misschien niet meer ver weg dat er priesters uit de jonge kerken hierheen komen. Vietnamezen zijn er al. Staan we er voor open? Wie weet ontdekken we in hen de wijzen uit het oosten van de 21e eeuw.