| Evangelie | Joh.11 |
| Thema | Je laten leiden in het lijden |
De winter is voorbij. De lente begint binnenkort. De zomerzon wekt de natuur weer tot leven. De krokussen bloeien al. Ik stond vorig jaar verwonderd over de tulpen in mijn tuin. Op dagen dat de zon scheen openden ze zich helemaal. ‘s Avonds sloten ze hun kelken en als het de volgende dag bewolkt bleef, dan bleven ze gesloten. Wat fantastisch: bloemen die willen leven in het licht en niet in het donker.
Het leven in de natuur blijkt in de lente weer sterker dan de dood.
Maar hoe zit dat in het menselijk leven?
Er is veel dood in het leven. En met dood bedoel ik hier niet de lichamelijke dood, maar de psychische en sociale dood: als iemand geen uitzicht meer heeft is hij levend dood:
- telkens zakken voor een examen en 't niet meer over mogen doen
- op middelbare leeftijd werkeloos worden
- een jarenlange verkering gaat uit of je verliest vroeg je levenspartner terwijl je leeftijdgenoten ondertussen meest getrouwd zijn en de keuze dus klein geworden is.
- een huwelijk waarin het gesprek verstomd is
- eenzaamheid
- op jonge leeftijd jarenlang moeten wonen in een vluchtelingenkamp waar je je verder niet kunt ontwikkelen
- een jong iemand in psychiatrische inrichting
In al deze gevallen moet je nog vele jaren leven: hoe geef je dan nog zin aan je leven?
Wie in zo'n geval toch weer inhoud aan zijn leven weet te geven, die ervaart verrijzenis, die staat op uit zijn graf.
En voor ons allen is de vraag hoe wij die mensen daarbij kunnen helpen, hoe wij hun graven kunnen openen.
Al deze mensen die al met één been in het graf staan zou ik willen zeggen: God houdt ook van jou. Vraag je af wat Hij met je wil. Zoek het koninkrijk Gods en alles wat je nodig hebt zal je er bij gegeven worden.
Vraag Jezus je op te wekken uit je graf. Laat je door Hem leiden in het lijden. Pak de draad weer op. Jezus had geen betaalde baan, geen status, geen diploma's, had geen vaste levenspartner, geen vaste woonplaats, geen erkenning. Maar Hij stond klaar voor iedereen, had liefde voor elke medemens en een groot vertrouwen op zijn hemelse Vader. Zo gaf Hij zin aan zijn bestaan. Zo vond Hij zijn levensroeping, zijn levenstaak.
Jezus staat temidden van alle ellende en dood. Hij gaat niet aan de nood van mensen voorbij. Hij gaat naar Marta en Maria, hoewel Hij kort daarvoor daar in Judea nog bedreigd was. Jezus kende ook vreugde en verdriet. Hij weende om de dood van Lazarus. Als de dood van de mens God niet zou raken, dan zou Jezus hier niet gehuild hebben.
Wanneer kleuters sterven of onschuldige mensen vermoord worden dan huilt God ook. Dan breekt ook zijn hart. Wij zeggen dat God almachtig is, maar ik denk dat Hij vaak machteloos moet toezien hoe mensen gruweldaden verrichten. Anders had Hij ook zijn eigen Zoon die kruisweg kunnen besparen.
Maar God beschouwt nooit iets als verloren. Hij kan wel uit de dood opwekken. Er is altijd hoop op nieuw leven. Ook al lag Lazarus al vier dagen in het graf, Jezus gaf hem toch nieuw leven.
Als christenen beschouwen we nooit iets of iemand als verloren. Wat dood is kan door Jezus tot nieuw leven gewekt worden. Je kunt ook zeggen: door ons geloof kan wat dood is weer levend worden. Ook wij kunnen door ons geloof medemensen die psychisch, sociaal of maatschappelijk dood zijn weer tot leven wekken. Laten we daarin geloven.