Evangelie  Mattheus 28,1-10 
Thema  Geloven in het leven 

Vorige week was er goed nieuws: de Verenigde Naties hebben besloten het klonen van mensen te verbieden. Het gezonde verstand heeft ditmaal gewonnen van de machten van het kwaad. In een wereld waarin nog zoveel kinderen worden misbruikt in de kinderarbeid en als kindsoldaat of voor prostitutie, kan die techniek om te klonen gemakkelijk in verkeerde handen komen: dictatoren, rebellenleiders, souteneurs of slavenhandelaren die mensen als lastdieren of handelswaar gebruiken.
Ieder kind heeft er toch recht op om uit liefde geboren te worden en op te groeien bij liefhebbende ouders? De liefde verheft de mens boven het dier, door liefde wordt de mens gelukkig, door liefde kan de mens het leven als iets positiefs ervaren.

Het scheppingsverhaal vertelt ons duidelijk dat God de mens schiep als beeld van zichzelf en daarom als man en vrouw. Want door de liefde lijkt de mens op God. God heeft gewild dat een kind geboren wordt uit man en vrouw. Tot man en vrouw sprak Hij: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk”. Zo gebeurde het. God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was.”
Als God het had gewild, had Hij de voortplanting via een natuurlijk kloningsproces kunnen regelen. Maar dat heeft Hij niet gewild. Het menselijke verstand en dus de wetenschap, heeft Hij gegeven om gebreken in de natuur te verhelpen, om zijn schepping te voltooien; niet om aan het wezen daarvan te knoeien.

Het leven is heel goed, om van te houden. Een favoriet lied van mij is het lied van Toon Hermans: "Ik heb het leven lief". Ik zing dat in mezelf op de zonnige dagen, de feesten, de gezellige winteravonden, de mooie lentedagen waarin de natuur tot bloei komt. Ik zing dat in mezelf op mijn fietstochten, als ik lekker gegeten heb, als ik lekker ongestoord lig te zonnen, als ik van een bergtop uitkijk over een zonovergoten dal, als ik een spetterend jongerenevenement heb meegemaakt, zoals de wereldjongerendagen, als ik een fijn gesprek heb gehad met medegelovigen, als ik een leuke viering met kinderen heb gehad. Ik heb het leven lief.

Maar als ik doordenk, dan bedenk ik dat ik het ook goed getroffen heb. Ik was gewenst en mocht geboren worden, mijn ouders hielden van mij, ik ben gezond en heb een goed verstand, ik ben zelfstandig en kan redelijk normaal contacten leggen met anderen, ik heb het mooiste geloof meegekregen en aanvaard.
Dan kun je inderdaad zeggen: ik heb het leven lief, ik geloof in het leven.

Maar in de loop der jaren heb ik heel wat mensen ontmoet of beelden op T.V. gezien van mensen die het niet zo getroffen hebben.

Kinderen die al van jongs af aan getreiterd worden door eigen ouders, kinderen die speelpoppen zijn van de ouders, kinderen die voortdurend afgestraft en beknot worden, kinderen die geen liefdevolle aandacht krijgen van de ouders en zelf maar hun weg moeten vinden, straatkinderen in de grote steden van de derde wereld, geen sterveling die iets om hen geeft.

Jongeren die uitgestoten worden uit hun klas of uit hun huis. Jongeren die zich laten meeslepen door de macho’s, de opscheppers, de brutalen. Jongeren die versuft raken door het lawaai, de drank en soms door drugs. Jongeren en vrouwen die na een korte relatie afgedankt worden als een stuk oud vuil.

Volwassenen die van de ene op de andere dag op straat worden gezet van hun werk. Mensen die overspannen zijn. Mensen die psychisch in de war zijn. Mensen die in de spanning van een dictatuur of een oorlog leven, van wie geliefden vermoord zijn. Vluchtelingen die niet alleen hun huis, maar ook hun familie en hun verleden voorgoed achter zich moeten laten. Mensen die honger hebben.
Mensen die geboren zijn met een handicap of met te weinig intelligentie om zich in deze gecompliceerde maatschappij te kunnen handhaven. Mensen die door een verkeersongeval getroffen zijn. Mensen die een moeilijk karakter hebben of altijd hypernerveus zijn. Mensen die allerlei kwalen hebben en voortdurend ziekenhuizen moeten bezoeken, soms wel twintig of dertig keer geopereerd moeten worden.

Mensen die oud zijn, hun dierbare levenspartner hebben verloren of eigen kinderen, mensen die eenzaam zijn en afhankelijk van de hulp van anderen.

Hoe kunnen deze mensen nog zeggen: Ik heb het leven lief? Ik geloof in het leven?
Ze zijn hier ook onder ons. Misschien wel in meerderheid. Ja, we hebben allemaal wel eens depressieve momenten. Ook degenen die in het openbaar altijd een vrolijk gezicht hebben en de grote jongen spelen of de knappe vrouw. Ieder moet in zijn leven wel eens lijden overwinnen en over een dood punt heen komen.

Het is wat gemakkelijk om Jezus als een pasklaar antwoord te geven op al die problemen. Om te zeggen: Jezus is ook door het lijden heengegaan, maar daarna komt de verrijzenis. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.
Ja, na regen komt zonneschijn, na dood verrijzenis. Maar hoe kunnen we ín het lijden leven, hoe kunnen we op moeilijke momenten blijven geloven in het leven?

Wat ik zo in Jezus bewonder is dat Hij op het laatste avondmaal nog een lofzang heeft gezongen. Dat Hij in de Hof van Olijven zijn verrader nog met "vriend" aanspreekt. Dat hij op zijn kruisweg tegen de wenende vrouwen zegt: “Huil maar niet om Mij, maar om uzelf en uw kinderen.” Dat hij bidt voor de soldaten die Hem aan het kruis slaan. Dat Hij op het kruis nog het paradijs belooft aan een rouwmoedige moordenaar. Hoe kon Hij dat? Waar haalde Hij die kracht vandaan? Daarvoor heb ik maar één verklaring: Hij had een oneindige goddelijke liefde voor ons.
Vinden we hierin geen aanwijzing in welke richting we het moeten zoeken? Is het niet het onderhouden van het gebod van de liefde dat licht brengt in alle duisternis? Als wij beminnen, als eersten, iedereen beminnen en altijd, onafhankelijk van de respons van de ander, dan worden we vrije mensen, dan worden we bevrijdde mensen. Dan zullen we weer kunnen geloven in het leven.

Maar je hoort wel eens zeggen: wie weinig liefde heeft ontvangen, kan maar weinig liefde geven. Is dat waar? Ik kan niet uit eigen ervaring spreken. Maar ik geloof dat het geloof in Jezus voor deze mensen een bron van liefde kan zijn. Heeft Jezus ons niet tot het uiterste toe liefgehad? De ontdekking hiervan heeft al veel gebroken mensen nieuw leven gebracht en in staat gesteld te gaan beminnen.
Hij leeft en geeft ook nu zijn liefde door.

We hebben allemaal maar één leven. En geen zeven, zoals in de moderne gewelddadige of wilde computerspelletjes. Één leven. Daar moeten we het mee doen. Het leven is niet inwisselbaar. Het is de enige weg die ons leidt naar de Vader. Daarom moeten we er van maken wat er van te maken is. Dit leven dat we nu hebben is de enige kans die ons gegeven is om mens te worden, echt mens, zoals Jezus het was. Dit leven moeten we benutten, uitbuiten, beleven. Leef het, niet oppervlakkig, maar zoals Jezus het geleefd heeft. Heb het leven lief, geloof in het leven.