1e lezing  Ef.5,8-14 
Evangelie  Joh.9,1-41 
Thema  Weer zien 

In het tijdschrift Nieuwe Stad las ik het volgende levensverhaal van een Filippijnse marine-officier:
“Mijn taak als marine-officier bestond uit het oppakken van smokkelaars, piraten, rebellen en illegale vissers. Ik werd door iedereen gevreesd want in een treffen was ik meedogenloos. Ik hield er niet van iemand gewond achter te laten of levend gevangen te nemen. Ze zouden de kans nog krijgen me terug te pakken.
Maar ik was niet gelukkig. Het leven op zee, waar ik mijn collega’s en mijn idealen zag sneuvelen, had mij totaal verhard totdat ik niets meer voelde. Ik was een gevechtsmachine geworden.
Alle keren dat ik naar huis ging, bleef ik in de officiersrol hangen, zodat ik gevreesd en gehoorzaamd werd. Eén keer hoorde ik mijn dochter aan mijn vrouw vragen: “Mamma, wanneer gaat hij weer weg?”

Op een dag vond ik op de kamer van mijn dochter een bijbel. Ik begon te lezen en bleef maar door lezen, tot ik bij Paulus’bekering in Damascus kwam. Het raakte me enorm. God vergaf Paulus ondanks zijn vervolging van de christenen. Zou God mij ook vergeven?
Ik twijfelde maandenlang, totdat ik op Goede Vrijdag naar een priester ging om het sacrament van de vergeving te ontvangen. Ik voelde me helemaal nieuw.

Inmiddels was de oudste dochter uit huis gegaan en ik had geen contact meer met haar. De eerste stap was om het met haar weer goed te maken. Toen we haar gevonden hadden, pakte ik haar hand en vroeg vergeving voor alle ellende die ik had veroorzaakt. Ik beloofde dat ik zou veranderen uit liefde voor haar, haar zus en haar moeder.
Na deze grote stap begon mijn avontuur met God. Ieder moment werd een kans om te beminnen. Ik leerde dat in elke persoon die ik ontmoet Jezus aanwezig is.
Vroeger zou ik thuis nog geen bordje hebben afgeruimd, dat was te min voor mij als officier. Nu hielp ik mijn vrouw met de vaat, de was, de boodschappen en het eten. Ik maakte tijd vrij voor mijn dochters. Ik kreeg oog voor mensen om mij heen. Ik kreeg de kracht om nee te zeggen tegen corruptie. Ik sprak milder, ging vriendelijker kijken.
Ik was blind, maar nu kan ik weer zien.”
Aldus de marine officier.

Zijn laatste woorden sluiten naadloos aan bij het evangelie van vandaag: “Ik was blind, maar kan nu weer zien”.

Deze week zag ik op tv. hoe men met lasertechniek blinden weer ziende kan maken. Hoe blij mensen zijn dat ze van het ene op het andere moment weer kunnen lezen en autorijden. Een nieuwe wereld gaat voor hen open.

Ook voor geestelijke blindheid bestaat er een operatie, een ingreep: het sacrament van de vergeving. Wie zijn blindheid inziet kan door Jezus genezen worden. Door de vergeving kunnen we weer inzicht krijgen in het goede. Door de vergeving van God krijgen we weer uitzicht in vastgelopen relaties. Uitzicht, inzicht, levensvreugde. God geeft het ons, als we onze blindheid door Hem laten behandelen.
Paulus heeft het ook ervaren en zegt daarom: “Leeft als kinderen van het licht… Ontwaak slaper. Doe je ogen weer open. En Christus’ licht zal over u stralen”.

Moge dat met Pasen ook voor ons gelden. We hebben nog drie weken om ons daar op voor te bereiden.

INLEIDING OP HET EVANGELIE

In de veertigdagentijd lezen we meestal uit het evangelie van Johannes, dat eigenlijk een lang lijdensverhaal is. Ondanks wonderdaden en vergeving krijgt Jezus steeds meer tegenstand.
Bij de joden leefde de overtuiging dat ziekte en handicaps, zoals blindheid een straf van God was voor zonden. Jezus probeert deze visie bij de Farizeeën te veranderen, maar het lukt hem niet.
In het verhaal dat we nu gaan horen draait het om de vraag of Jezus nu de Messias en de Zoon van God is of niet. Sommigen geloven het wel, maar durven het niet te zeggen. Een blindgeborene komt uiteindelijk tot een volmondige belijdenis van dit geheim. Hij wordt niet alleen fysiek ziende, maar ook geestelijk. Maar de Farizeeën blijven geestelijk blind.