| 1e lezing | Handelingen 1,1-11 |
| Evangelie | Mt.28,16-20 |
| Thema | Echte bevrijding |
Broeders en zusters,
Toevallig valt bevrijdingsdag dit jaar samen met hemelvaartsdag. Er is echter gemakkelijk een link te leggen tussen deze twee feestdagen. Vandaag mogen we vieren dat we in een vrij land leven. We werden bevrijd van de bezetters. Ons land is een koninkrijk. Israël was in de tijd van Jezus een bezet koninkrijk. Bezet door de Romeinen. Het joodse volk hoopte dat er een verzetsheld zou komen, een bevrijder, een nieuwe joodse koning. Toen Jezus populair werd verwachtte men dat Jezus dat zou zijn. Daarom had men Hem op Palmzondag als een koning in Jeruzalem ingehaald. Daarom werd hij door o.a. koning Herodes en de Romeinen vermoord.
Ook zijn eigen leerlingen hadden gehoopt dat Jezus koning werd. Na de verrijzenis van Jezus leefde die hoop weer op. Daarom stelden de apostelen bij een bijeenkomst met de verrezen Jezus Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?”
Jezus antwoordt: “Het komt u niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld, maar Gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest om mijn getuigen te zijn in Israël en tot het einde der aarde. “
En in het evangelie zegt Jezus: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en leert hun te onderhouden alles wat ik u bevolen heb”.
Tweemaal is sprake van macht. Altijd hebben christenen God almachtig genoemd. En daarom gaan wij zo vaak twijfelen aan God en ons geloof als er op aarde weer eens oorlog uitbreekt of geweld gepleegd wordt. Waarom houdt God dat dan niet tegen? Hoe konden er in een christelijk Europa zo veel gruweldaden gepleegd worden in de twee wereldoorlogen?
Een direct antwoord op die vraag heb ik niet. Maar wel is het mij duidelijk uit het evangelie dat er pas vrede komt als alle volkeren Jezus’ leerlingen zijn en onderhouden wat Hij ons bevolen heeft.
Wij leven nu in een vrij koninkrijk. Voor onze vrijheid en voor de vrede hebben vele landgenoten hun leven gegeven. Ik stel me echter de vraag: verdedigen wij nog steeds de waarden waar zij toen hun leven voor hebben gegeven? Worden die waarden niet opnieuw bedreigd en prijsgegeven aan onchristelijke ideologieën?
Vóór het recht op vrijheid staat het recht op leven. De waarde van het leven staat boven alles. Als er geen leven is, is er ook geen vrijheid. Hebben de soldaten in de Tweede Wereldoorlog niet allereerst hun leven ingezet om het recht op leven van hun medemensen te verdedigen?
In onze tijd wordt dat recht op leven echter weer op velerlei wijzen bedreigd. Geweld op straat neemt steeds meer toe. Even erg vind ik dat het recht op leven van de zwakkeren niet meer erkend en beschermd wordt. Met name kinderen in hun eerste zes levensmaanden en ouderen in hun laatste levensfase worden bedreigd en onder hen vallen jaarlijks al duizenden slachtoffers.
De Amerikaanse bisschoppen hebben jaren terug een brief geschreven over de vrede. Daarin schrijven ze: "Geen samenleving kan in vrede met zichzelf of met de wereld leven zonder zich volledig bewust te zijn van de waarde en waardigheid van iedere menselijke persoon en van de heiligheid van alle menselijk leven. Wanneer wij geweld in welke vorm ook als alledaags aanvaarden, kan de oorlog zelf een vanzelfsprekendheid worden. Geweld heeft vele gezichten: onderdrukking van de armen, beroving van de fundamentele rechten van de mens, economische uitbuiting, seksuele uitbuiting en pornografie, verwaarlozing of misbruik van bejaarden en machtelozen en talloze andere daden van onmenselijkheid. Abortus in het bijzonder stompt de zin voor de heiligheid van het menselijke leven af. Hoe kunnen wij in een samenleving waar onschuldige ongeboren kinderen worden gedood, verwachten dat mensen plotseling echt afkeer gaan voelen voor het doden in de oorlog?
Vrijheid: wat is vrijheid? Vrijheid is onder andere het zelfbeschikkingsrecht. Vrijheid kan echter ook een dekmantel zijn voor egoïsme en kwaad. Het vrijheidsbegrip is individualistisch geworden en de sterkeren menen vrij te kunnen beschikken over het leven van zwakkeren die aangewezen zijn op de offervaardigheid van de sterkere. Maar de sterkeren proberen dit kruis te ontlopen door het zwakkere leven te elimineren. Men probeert er op juridisch vlak erkenning voor te krijgen en van de medische wetenschap medewerking. Dit leidt tot vervorming van de menselijke samenleving en zelfs van de rechtsstaat: de democratie die los gemaakt wordt van ethische principes loopt het risico de wettiging te worden van de strijd van de sterkeren tegen de zwakkeren. Alleen het leven dat productief en aangenaam is wordt nog maar gewaardeerd.”, aldus de Amerikaanse bisschoppen.
Vandaag vieren we 60 jaar bevrijding. Het is een voorrecht in Nederland te mogen wonen. Er is welvaart, er is een zekere vrijheid en gelijkheid, er zijn volop ontwikkelingskansen, er is onderwijs voor iedereen, er is een sociaal verzekeringsstelsel, er is een goede medische verzorging et cetera.
Alle reden om feest te vieren. Alle reden om dankbaar te zijn.
De geschiedenis staat echter niet stil. Door de communicatiemiddelen, het vliegverkeer, de welvaart, de wetenschap en het taalonderwijs wordt de wereld steeds kleiner. Volkeren vermengen zich, overal ter wereld kan men vakantie houden, er is direct internationaal politiek overleg, er komen steeds meer internationale organisaties.
Daarom is een nationalisme dat zich afsluit van andere landen uit de tijd. En als christenen hebben we daar geen enkele moeite mee. Want juist als christenen weten wij ons met alle mensen op aarde verbonden als kinderen van één Vader. Jezus kwam niet voor één volk, Jezus kwam niet om één bepaald land te verlossen, maar voor alle volkeren. “Maakt alle volkeren tot mijn leerlingen … tot het einde der aarde”.
De tijd van nationalisme is voorbij. We werken aan Europese eenwording. De aanzet daartoe was een economische samenwerking. Nu komt er ook een Europese Grondwet. Dat is weer een stap vooruit.
Ik heb de authentieke tekst bestudeerd en enkele passages hebben mij positief verrast. De eerste woorden van de preambule zijn: De staatsleiders die de grondwet ondertekenen, waaronder de koningin van Nederland, zijn “geïnspireerd door culturele, religieuze en humanistische tradities van Europa, die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van universele waarden van de onschendbare en onvervreemdbare rechten van de mens en van vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat …..” God of het christendom worden weliswaar niet expliciet genoemd, maar er wordt wel naar verwezen. In artikel I-3 staat: “De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen …. In de betrekkingen met de rest van de wereld draagt zij bij tot de vrede, de veiligheid, de duurzame ontwikkeling van de aarde, de solidariteit en het wederzijdse respect tussen de volkeren, … de uitbanning van de armoede en de bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder de rechten van het kind…” Dit komt voor mijn gevoel geheel overeen met onze christelijke evangelische idealen. In Artikel II-61/62 staat: “De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd. Eenieder heeft recht op leven. Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld.”
En in Artikel I-52 worden de kerken genoemd en erkend: “De Unie eerbiedigt de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk. … De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties, onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage”. En in artikel II-70 staat: “Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.” Met de erkenning van godsdienst en kerk en onze waarden zit het dus wel goed in de Europese Grondwet.
We mogen blij zijn met een Europese Grondwet die in vrijheid gekozen kan worden. Een verenigd democratisch en vrij Europa: wie had dat kunnen denken tijdens de Tweede Wereldoorlog? Een Europese democratie sluit een nieuwe oorlog uit. Laten we bidden dat zo Gods koninkrijk op aarde weer een stap dichterbij komt.