1e lezing  Hosea 2, 16-22; 2 Kor.3,1b-6 
Evangelie  Marcus 2, 18-22  
Thema   

Terwijl het bier in het zuiden momenteel overvloedig geschonken wordt aan de carnavalvierende meute, spreekt het evangelie over wijn. Pastoors hadden vroeger een flinke wijnkelder. Een docent op mijn opleiding zei eens voor de grap: “Het is met de kerk achteruit gegaan toen de priesters in plaats van wijn bier gingen drinken.” Door het zo te formuleren riep hij de gedachte op dat die verandering de oorzaak was van het teruglopend kerkbezoek. Maar in feite was dat natuurlijk meer een synchrone ontwikkeling, dat wil zeggen een gelijktijdige ontwikkeling.
Jezus dronk wijn. Op de bruiloft van Kana maakt Hij van water wijn. Hij wordt tijdens zijn leven ervan beschuldigd dat Hij een wijndrinker is. Op het laatste avondmaal neemt Hij wijn als teken van zijn Bloed.
Wat zegt Jezus over wijn? Hij zegt: “Niemand doet jonge wijn in oude zakken, anders doet de wijn de zakken bersten en de wijn gaat verloren met de zakken. Nee, nieuwe wijn in nieuwe zakken.“ Voor de letterlijke betekenis moeten we bedenken dat er in Jezus’ tijd geen flessen waren, maar zakken, gemaakt van dierenhuiden, van het schaap of de geit.
Het is natuurlijk niet de bedoeling van Jezus om wijnhandelaren wat goede tips te geven. Hij gebruikt deze vergelijking natuurlijk om wat anders te zeggen. We kunnen dat opmaken uit de context. Jezus is in gesprek met de farizeese schriftgeleerden over het vasten. De joodse wet schreef een aantal vastendagen voor. Maar Jezus en zijn leerlingen hielden zich daar niet aan. Zij wilden een nieuwe levenswijze volgen. Zij wilden het rijk Gods vestigen. In plaats van blinde gehoorzaamheid aan oude wetten wilden zij leven vanuit de liefde. Dat bedoelt Jezus met de nieuwe wijn. De nieuwe wijn is de nieuwe heilstijd die met Hem aanbreekt. Jezus geeft zijn leerlingen een nieuwe vrijheid tegenover de formalistische dwang van de joodse wet. Ware godsdienstigheid zit ‘m niet in het onderhouden van wetten, maar in het beoefenen van de naastenliefde. Jezus is zelf de bruidegom die het leven tot een bruiloftsfeest maakt waarop alle mensen blij zijn.
Het christendom bracht een vernieuwing in het jodendom. Dat ergerde de schriftgeleerden, die wilden vasthouden aan al het oude. Een nieuwe godsdienst bracht nieuwe vormen met zich mee en een nieuwe levenswijze. Dat verdedigde Jezus.
Vier jaar geleden overleed mijn oudste broer. Hij was een grote wijnkenner en liefhebber. Op zijn bureau lag nog een boekje over wijnschenken. Ik lees daarin: “Een fles wijn is een fles levenskunst. Want wijn is levensstijl, romantiek, zon en versiering van ons dagelijks bestaan. En zouden wij dan die wijn, die zoveel geeft, niet met wat kleine vriendelijke zorgen omringen, zodat de wijn zich op zijn allerbest kan ontplooien en er plezier in krijgt…. Wijn schenkt zijn warmte en levensvreugde aan ieder die daaraan behoefte heeft (en wie heeft dat niet op zijn tijd?). En die wijn vraagt daarvoor niets anders terug dan wat liefdevolle aandacht en simpele zorgen.”
Hier wordt wel erg veel lof aan de wijn toegedicht. Maar als we nu het woord wijn eens vervangen door het christelijk geloof, dan hebben we een hele mooie vergelijking:
Het christelijk geloof is een levenskunst, een levensstijl. God is de zon van ons bestaan. Nee, het christelijk geloof is geen romantiek of versiering. Die vergelijking gaat niet op. Maar het volgende weer wel: “Zouden wij dan dat christelijk geloof, dat zoveel geeft, niet met wat kleine vriendelijke zorgen omringen. Zodat het christelijk geloof zich op zijn allerbest kan ontplooien en er plezier in krijgt? … Het christelijk geloof schenkt zijn levensvreugde aan ieder die daaraan behoefte heeft (en wie heeft dat niet op zijn tijd?). En het christelijk geloof vraagt daarvoor niets anders terug dan wat liefdevolle aandacht en simpele zorgen”.
Ik zou nog een vergelijking willen maken tussen het christelijk geloof en de wijn. Een collega van mij zegt altijd: “Never drink alone.”. Wijn schenk je aan anderen, deel je met elkaar. Dan pas geeft het echte vreugde. Zo moeten we ons geloof ook delen met elkaar, uitschenken aan anderen.
We staan vlak voor de vastentijd. Vroeger waren er strenge vastenwetten. Als je die niet onderhield, ging je naar de hel. Eigenlijk viel men daarmee terug in de joodse levensstijl, het wetticisme dat Jezus in het evangelie afkeurt. Terecht heeft de kerk daar vernieuwing in aangebracht. Als verplichte vasten- en onthoudingsdagen kennen we nu alleen nog aswoensdag en goede vrijdag. De kerk wil ons daarmee tot bezinning brengen op onze levensstijl en de rechtvaardige verdeling van het voedsel in deze wereld, alsmede op onze sterfelijkheid en het levensoffer van Jezus. Die 2 dagen vasten hebben dus alleen zin als we dan ook tijd maken voor bezinning, door bijvoorbeeld naar de aswoensdagviering en de goede-vrijdag-viering in de kerk te komen.
Heeft de kerk het vasten dan verder helemaal afgeschaft? Nee, alleen de voorschriften. De kerk schrijft niet meer in het algemeen voor hoe wij moeten vasten. Het voorgeschreven vasten had zijn zin verloren. Het leidde, zoals gezegd, tot wetticisme. Maar het vasten zelf beveelt de kerk nog wel aan. Vasten is heel zinvol als wij een vorm van vasten kiezen die onze levensstijl kan verbeteren.
Uit het evangelie kunnen we opmaken wat de zin van vasten is en als we die goed verstaan, dan kunnen we ook de goede vorm en de goede momenten kiezen om te vasten.
Jezus vraagt: “Kunnen de vrienden van de bruidegom vasten zolang de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben kunnen zij niet vasten. Er komen echter dagen dat de bruidegom van hen is weggenomen, en dan, in die tijd zullen zij vasten.” Die bruidegom is Jezus. Wanneer is Jezus bij ons? Als wij in vrede met elkaar leven. Als we kunnen delen met elkaar. Als we samen bijeen zijn in zijn naam. Als we er in slagen de naastenliefde te beoefenen. Wanneer is de bruidegom van ons weggenomen? Als er ruzie onder ons is, als we twijfelen aan het geloof, als we te materialistisch leven, als we egoïstisch zijn, als we verslaafd zijn aan iets, als iets een afgod voor ons wordt en de plaats van God inneemt.
Bijvoorbeeld als de tv. of de pc. de goede relaties in het huwelijk of gezin gaan verstoren. Als sport alles wordt in ons leven en we geen tijd meer hebben voor onze medemens of om in het weekend naar de kerk te gaan. Als we ons zo vol vreten dat wij te dik worden terwijl men in de 3e wereld sterft van de honger. Als we geen tijd meer hebben om te bidden of om bij oma op bezoek te gaan. Als we gokverslaafd raken. Als we geen vreugde meer vinden in ons geloof.
Dan zijn we Jezus, de bruidegom, kwijt uit ons midden. En dan wordt het hoog tijd om te gaan vasten.
En hoe we dan moeten vasten hangt helemaal af van wat er in ons leven vernieuwd moet worden.
Voor de één zal het zijn: thuis afspreken dat op één of meerdere avonden in de week de pc of de tv niet meer aangaat, voor een ander: een afspraak maken met je ouders en schoonouders om weer eens bij hen langs te gaan, voor een 3e een voornemen niet in je eentje alcohol te drinken, voor een volgende: besluiten elke morgen je baas, collega’s of personeel gedag te zeggen of eens een praatje te maken met die buitenlander, die je elke dag ziet, maar nog nooit gesproken hebt; of: besluiten hetzelfde bedrag dat je uitgeeft aan luxe ook te geven aan de vastenactie. Zo is er voor ieder wel een zinvolle manier van vasten te bedenken.
Een nieuwe vorm, want nieuwe wijn moet in nieuwe zakken.
Beste mensen, het hoeft niet veel te zijn, als het maar echt iets vernieuwends is. Ons geloof vraagt om een klein beetje vriendelijke zorg om tot ontplooiing te komen en ons levensvreugde te schenken, net als de wijn. Wijn na bier geeft plezier, maar bier na wijn geeft venijn. Laten we na het bier van de carnaval de kostbare wijn van het christelijk geloof schenken om de ware levensvreugde te ontvangen.