| 1e lezing | |
| Evangelie | Mc.5,21-43 |
| Thema | Ik zie, ik zie wat jij niet ziet |
We spelen het spel: ik zie ik zie wat jij niet ziet.
Eerst voorwerpen met een kleur
Dan: iemand die blij is, iemand die van een ander houdt
Dan:iets wat een teken van dankbaarheid is (bloemen in de hand houden)
Dan: met ogen dicht: de middelandse zee en de bergen
Ik zie God ……
Alles wat we hebben is door God gegeven. Dat heeft een gehandicapt meisje mij eens duidelijk gemaakt. Ik moest dingen noemen waarvan ik dacht dat God ze niet gegeven had. Maar zij legde uit dat alles van God was. Ik wees iets aan, bijvoorbeeld de stoel. Maar zij zei: maar God heeft het ijzer en het hout gemaakt…..
We mogen God in alles zien.
In het verhaal hoorden we dat Jezus naar een ziek meisje toe gaat. Ze lag in huis en er waren heel veel mensenbij. Die denken dat het meisje al dood is. Maar Jezus ziet in zijn Geest dat het meisje nog beter kan worden.
Dan stuurt Jezus alle mensen naar buiten, behalve de vader en moeder. Al die andere mensen mogen het niet zien. Alleen de vader en moeder.
En als het meisje genezen is willen de mensen het overal gaan vertellen. Maar Jezus verbiedt hun er over te spreken. Typisch, he? Ze mogen het niet zien en ze mogen er niet over praten.
Waarom zou Jezus het nu zo geheim willen houden?
Hij wil niet dat Hij beroemd wordt en als een soort wonderdokter overal heen gesleept wordt. Het wonder was geen prestatie van een superman.
We zien bij de wielrenners wat er gebeurd als mensen beroemd worden en aan de top komen: ze gaan vals spelen, verboden dingen doen. Dat wilde Jezus niet. Hij wilde eerlijk en bescheiden blijven. We zien het in de politiek als mensen beroemd worden: iemand maakt een misstap en een heel kabinet wordt ten val gebracht. Jezus wil niet dat de mensen Hem tot minister of koning gaan uitroepen. Hij wilde niet beroemd worden.
Hij wil dat de mensen Hem niet zien, maar toch geloven. Ze moeten het wonder niet doorvertellen, maar er over nadenken. Ze moeten in Jezus de Zoon van God gaan zien. Ze moeten in Jezus hun Heiland gaan zien. Pas als ze dat zien, mogen ze over Jezus vertellen aan anderen.
Beste mensen, laten wij proberen in alles wat we zien de wonderdaden van God te zien: in de prachtige natuur in de vakantie. In de mensen die wij op straat ontmoeten. Ook in de zieken en gehandicapten, de armen en de verslaafden, de mislukten en de stervenden. Dan zien we iets wat anderen niet zien. Dan wordt ons leven heel anders. Dan kunnen ook wij anderen, die de levenslust verloren hebben, weer tot leven wekken.
Dan kunnen we God in de medemens op de juiste manier dienen: in stilte, in alle bescheidenheid. Wat je in stilte doet draagt meer bij aan het Rijk Gods. ’t Zijn de kleine dingen die het doen.