| Datum |
22 oktober 2006 29e zondag door het jaar |
| Lezingen | Hebr.4,14-16 |
| Evangelie | Mc.10,35-45 |
| Thema |
Missie volbracht? |
De verkiezingsstrijd is weer losgebarsten. Politici beschuldigen elkaar over en weer van wanbeleid. Iedere partij wil groot worden. Iedereen wil de eerste zijn. Jezus zegt: “Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, wie onder u de eerste wil zijn, moet aller slaaf wezen.” Let wel: Het is niet verkeerd om minister te zijn. Elk land heeft een regering nodig. Maar het Latijnse woord minister betekent letterlijk: dienaar. Christenen mogen van Jezus wel macht hebben, maar er geen misbruik van maken.
Vandaag is het werelmissiedag. Tienduizenden missionarissen verlieten huis en haard om in verre streken de armen te dienen. In de folder van wereldmissiedag staat: “Die tijd is voorbij. Uit het missiezaadje dat ze toen plantten groeide een eigen, jonge kerk. Is onze missie dan volbracht? Nee, want met moeite probeert deze jonge kerk op eigen benen te staan. Ze is vooral een kerk van armen. Ze heeft onze steun nog hard nodig. En niet alleen financiële steun.
Er gaan geen nieuwe missionarissen meer vanuit ons land naar de 3e wereld. Mensen die hun hele leven aan de missie willen besteden. Maar wel gaan er nog vaak mensen met kennis en organisatietalent tijdelijk naar een arm land om er een project op te zetten of noodhulp te verlenen. *
Ook uit ons eigen midden is de afgelopen maand iemand naar Indonesië geweest met zo’n opdracht. Ondanks eigen zwakke gezondheid en het risico tropische ziekten op te lopen had hij er een lange slopende reis voor over en moest hij enkele weken zijn lieve vrouw missen. Maar hij deed het heel bewust vanuit zijn geloof dat we leven met een opdracht. Hij is daarbij geïnspireerd door de tekst van Mattheüs 25 waarin staat dat Jezus bij het Laatste Oordeel zal zeggen: “Ik was ziek en je hebt me bezocht, Ik had honger en je hebt me te eten gegeven, Ik had dorst en je hebt met te drinken gegeven”.
Het is onze vriend en medeparochiaan Richard Langemeijer, chirurg van beroep. Meneer Langemeijer, zou u ons wat kunnen vertellen over uw reis: wat het doel was, wat u daar gezien heeft en vooral welke rol de kerk, religieuzen en leken nog spelen in de ontwikkeling van die samenleving? ………………
Meneer Langemeijer, heel hartelijk dank voor het vertellen van uw ervaringen. Het is heel duidelijk: onze hulp blijft bitter hard nodig.
Missio steunt het werk van parochies, de vorming van vrijwilligers, de opleiding van priesterstudenten en kansarme kinderen. Missio wil helpen, maar kan niet zonder uw bijdrage. Help haar het evangelie in woord en daad waar te maken. Schenk dadelijk royaal aan de collecte voor wereldmissiemaand of machtig Missio voor een eenmalige gift. Het geld is weliswaar niet voor het project waar de heer Langemeijer over vertelde, maar voor vele soortgelijke projecten van de jonge kerken overal ter wereld.
*voor de website publiceer ik nu enkele bladzijden van mijn dagboek van mijn reis naar Brazilië, 3 jaar geleden:
Ik was in een klooster. Daar woonden paters van 96, 87, 83, 74 en 61 jaar die nog heel veel kerken bedienen en actief waren: 5 volle missen op zondag, begeleiding van opvangtehuizen voor ex-verslaafden, straatkinderen, etc. Veel biechtgesprekken. Dopen, huwelijken en utvaarten hebben ze al overgedragen aan “ministers”.In de avondmis weer 400 mensen. Naast de priester zaten 6 communie-uitreikers in keurige witte colbertjes. Allemaal jonge mensen. Als je goed kijkt ontdek je ook enkele ouderen in de kerk.
De kerk wordt hier helemaal door de jongeren en jonge mensen gedragen.
Zondag 13 juli. Een kindertehuis bezocht. Daar was bijvoorbeeld een jongetje van ongeveer 7 jaar dat geen vader had en door zijn moeder in de steek gelaten is. Niemand weet waar de moeder is. Gewoon op een dag niet meer thuis gekomen.
Het huis staat onder leiding van een pas getrouwd stel die hun leven aan God hebben toegewijd.
Hier steunen de mensen elkaar in het geloof. Het is niet zo individualistisch als in Holland. Daar vult de kerk zich niet van achter naar voor, maar vanaf de voorste bank. Jongeren kruipen dicht bij elkaar. Verliefde stelletjes zitten zelf innig omarmd in de kerk. Ook overdag, want de kerken staan altijd open.
In Fortaleza hebben we de sociale activiteiten van de priester Renato Chiera leren kennen. De kinderen waren zeer aanhankelijk. Eentje mocht ´s avonds in de mis zijn eerste Heilige Communie doen. Zonder feest, zonder toeters en bellen, zonder cadeautjes. Hij moest wel voor de viering gaan biechten. In de auto van het tehuis naar de viering werd hem dat uitgelegd. De priester ging bij aankomst met hem de speeltuin in en op de tweezits-schommelstoel hadden ze het biechtgesprek. Zijn ouders waren er, maar toonden geen enkele emotie. Waarschijnlijk veslaafden, in ieder geval niet kerkelijk, want ze gingen niet ter communie.
Ik heb zojuist voor de 5e keer een Mis gedaan in het Portugees, vrijdagmiddag om 3.00 uur. Op de meest vreemde tijden worden hier missen gehouden. Nu was het voor een groep die zich de Mariale Roepingen Assemblee noemt. Heel veel mensen zitten dan met een soort rode stola in de kerk. Men heeft een grote eerbied voor Maria. Elke avond om 6.00 uur klinkt over alle radiozenders, ook de niet-katholieke het Ave Maria. Een man van een ´evangelische´ secte, die ooit op tv een schop tegen een Mariabeeld gaf is door de regering het land uit gezet. Men heeft hier een grote devotie tot Maria.
De dagelijkse mis in het Mariapolicentrum vind ik heel mooi: er is een sfeer van saamhorigheid en eenheid. Marius vind die missen saai. Hij gaat liever naar de charismatische viering in een klein wijkkerkje waar meer haevy music gemaakt wordt. Die kleine wijkkerkjes zijn er veel. Gewoon een omgebouwde garage of schuur met 20 bankjes er in.
Vaak gebeurt het nu dat pater André mij onverwacht vraagt in zo´n kerkje de mis te doen omdat hij plotseling verlaat is.
Bijna alle wijkkerkjes zijn onaf. Als er een dak op zit, nemen ze het in gebruik en de rest van het geld gaat naar een andere wijk waar ze de bouw nog moeten beginnen. Dat is een vorm van solidariteit waar pater André op staat.
We hebben nu twee keer een openbare middelbare school bezocht. In Nederland zouden die gebouwen misschien niet eens als varkensstal gebruikt mogen worden: het tocht aan alle kanten wegens kapotte ramen, of helemaal geen ramen, de muren zijn volgekladderd, de kapotte stoelen en tafels eveneens. Het ergste is: de leerlingen hebben geen schoolboeken. Daar is geen geld voor. Dus kunnen ze alleen maar wat opcshrijven tijdens de les, als de lerares verstaanbaar is, want is is altijd een keet in de klas. Huiswerk maken kunnen ze niet want ze hebben geen eigen kamer en de ouders zijn vaak analphabeet. En ze moeten geld bijverdienen omdat de ouders arm zijn en werkeloos. Ze kinderen hebben alleen ´s ochtends, ´s middags of ´s avonds les.´t Hek van de scholen blijft uit veiligheidsoverwegingen de hele dag op slot. Veel leerlingen gebruiken drugs. Er is veel spanning onder de leerlingen en veel geweld. De directrice vroeg ons te bidden voor meer orde op school. Op de muren staan metersgrote condooms afgebeeld met waarschuwingen voor aids en tienerzwangerschap. De overheid heeft hier besloten op de scholen gratis condooms te gaan verspreiden in de hoop dat te voorkomen. Ik vrees dat het averechts zal werken: dat het lustige leven voor die jongelui alleen maar sterker wordt en er helemaal geen trouwe huwelijksrelaties meer tot stand komen, zodat de samenleving steeds verder ontwricht zal raken. Het is een vicieuze cirkel waarin alleen de kerk op den duur redding zal kunnen brengen.
We zijn 24 augustus bij pater van der Zande op bezoek geweest. Ook hij woont samen met oude paters en die hebben de studenten elders ondergebracht in een woongemeenschap. Hij werkt in een rijke koffiestreek. We bezochten een berg met een kruisweg. Diverse staties waren vernield. Volgens de pater door protestanten die hier nog heel vijandig tegenover de katholieke Kerk staan.
De paters krijgen elke week overlijdensberichten uit Nederland van medepaters.Dat houdt hen sterk bezig. We zagen ook een broeder in huis die zo snel aftakelde dat ze dachten dat hij binnen een paar dagen zou sterven.
Pater van der Zande vertelde ook dat zij vaak overvallen zijn door gewapende mensen.
Hierna gingen we naar pater Wim Warmenhoven in Sao Paulo. Wim stimuleert zelf het klappen en zwaaien en swingen in de vieringen. Hij zegt: de mensen moeten zich niet aanpassen aan de missionarissen, maar de missionarissen aan de mensen.
Ik maakte een doopviering mee: tien kinderen tegelijk (een elfde kwam niet opdagen), in de leeftijden van 1 tot 8 jaar. Op eentje na konden ze allemaal op eigen benen staan en sommige kleuters protesteerden dan ook heftig als ze voor de doop opgetild en achterover gekanteld werden. Overigens was het niet druk: behalve de peters en meters (dat moesten gehuwden zijn, omdat veel moeders alleenstaand waren!!!), was er niet veel familie,zelfs geen grootouders.
Hierna gingen we terug naar pater André. ´s Avonds na de avondmis ontstond er, zoals vaak, een gesprek in de kerk tussen André en de mensen over de parochie-activiteiten. Hij nam er alle tijd voor en niemand werd ongeduldig of liep de kerk uit. Een avondmis is voor de mensen hier gewoon een avondvullend programma.
´s Avonds moesten we onverwacht weer de koffers pakken want we konden meerijden naar de Fazenda de Esperanca, ´Boerderij van de hoop`, een afkickboerderij voor ex-drugsverslaafden. Hier mochten sommigen ook hun gevangenisstraf vervangen. Het is van de Focolarebeweging en dus sterk religieus. Indrukwekkend om mee te maken dat 100 ´zware jongens` (en enkele vrouwen) samen met enkele zusters de mis vierden, religieuze liederen zongen en de rozenkrans baden. Ze lachen en vertellen en praten alsof je op een feest bent. Want ze zijn een nieuw leven begonnen en zijn daar heel gelukkig mee. Op een enkele na voor wie dit te veel van het goede is en die dat dan ook niet vol houdt. Ze zijn vrij om weg te gaan.
28 Augustus gingen we naar de Mariabedevaartplaats Aparecide. Hier staat na de St.Pieter de grootste kerk ter wereld. Maar nog nieuw en onaf. Het was niet druk op deze donderdag, maar in de weekenden schijnen er honderdduizenden mensen te komen. Een museum hing vol dankbetuigingen voor gebedsverhoringen: krukken zoals in Lourdes, maar ook muziekinstrumenten, bekers van voetbalclubs, een shirt van Ronaldo, pakjes sigaretten van ex-verslaafden en zelfs wapens! Natuurlijk van bekeerde criminelen..
Hier in Brazilië heb ik een heel andere kerk en samenleving leren kennen. Uiteraard heb ik die twee voortdurend vergeleken met Nederland. Mijn conclusie is dat de samenleving hier veel slechter is dan in Nederland en de kerk veel mooier.
De samenleving: de mensen leven hier in een voortdurende angst voor geweld en criminaliteit. Er zijn veel drugsverslaafden die niets of niemand ontzien. Ze beroven en vermoorden alles en iedereen: eigen ouders, vrienden, lotgenoten, vreemdelingen, kerken, hulpverleners, priesters, religieuzen, etc. De drugs schakelen hun geweten volledig uit. Bovendien kan iedereen aan wapens komen en is de politie en justitie vreselijk corrupt. Drugshandelaren en criminele organisaties kopen ambtenaren om onder bedreiging van hun familie of henzelf. Ze zorgen ervoor dat een aantal van hen bij de politie of in het leger werkzaam zijn zodat ze alle informatie krijgen over misdaadbestrijding. Aangifte doen van diefstal en geweldpleging heeft nauwelijks zin omdat de politie zaken niet uitzoekt of omdat boeven hun arrestatie of straf kunnen ontlopen door de genoemde corruptie. Criminelen krijgen zelfs hun wapens van corrupte politie-ambtenaren.
De Braziliaanse bevolking leeft daarom permanent in angst. Dat wordt heel duidelijk zichtbaar in de huizenbouw: alle huizen zijn “gevangenissen”: kleine raampjes die niet wijd open kunnen, zwaar vergrendelde deuren die zelfs overdag op slot zitten terwijl de mensen thuis zijn wegens gevaar van overval; de voorgevels van de huizen zijn meestal raamloos. Rond de 1 of 2 meter grond rond het huis staat een hoge muur met prikkeldraad of ingemetseld glas er op. Geen enkel huis heeft uitzicht op de straat. De poorten in de muur hebben zware ijzeren hekken, ook weer met veel sloten er op. Als je door de straten loopt dan loop je dus tussen de muren en hekken links en rechts en de straten zijn daarom ook afgrijselijk lelijk. De meeste bewoners hebbes waakhonden zodat je elke nacht een concert hoort van hondengeblaf en het overal stinkt naar hondenpoep. Een aantal rijken hebben zich teruggetrokken in “condominio’s”: ommuurde terreinen met bewaking en persoonscontrole aan de poort. Maar zij lopen toch het gevaar overvallen te worden als ze met de auto op een stille weg komen.
Het drugsgebruik komt voort uit de armoede: veel mensen hebben geen werk. Het gevolg is dat de ouders de hele dag op straat rondhangen, gaan drinken, scheiden en de kinderen niet naar school kunnen laten gaan. Deze jeugd heeft daarom geen uitzicht op werk en een goede toekomst en gaan aan de drugs. Omdat ze het geld daarvoor niet hebben gaan ze het stelen. Het is een vicieuze cirkel waar niemand een oplossing voor weet. Veel kinderen worden geboren bij ongehuwde tienermoeders. Meisjes hebben hier geen gêne om al jong met jongens naar bed te gaan. Het is hun enige vermaak. Ze hebben geen geld voor wat anders. Ook hun kinderen hebben natuurlijk weinig toekomstperspectief.
Omdat de samenleving zo slecht is zoeken veel mensen troost en hoop in de kerk. De kerk is de enige organisatie die zich het lot van de armen aantrekt. De priesters, religieuzen en capabele gelovigen zetten overal huizen op voor weeskinderen, aidspatienten, dagopvang van kinderen van werkende alleenstaande moeders, schooltjes voor de armen, therapieboerderijen voor ex-drugsverslaafden, verzorgingstehuizen voor demente bejaarden, etc. Zij steunen nog op giften uit Europa. Ze proberen wel de mensen zelf actief te maken voor geldwerving en onderhoud van deze instellingen, maar het is de vraag of dat lukt omdat de meeste mensen arm en weinig ontwikkeld zijn. Als de missionarissen over 10 jaar uitgestorven zijn, zal er weer heel wat sociaal werk ter ziele gaan.
De kerk is wel heel jong en levendig: in de druk bezochte vieringen zingt iedereen mee, men klapt, zwaait en swingt. De meeste missionarissen hebben zich aangepast aan de expressieve en emotionele instelling van het Braziliaanse volk. Dankzij de charismatische vernieuwing die dit heeft ingebracht. Maar misschien ook wat te laat want er zijn ook talloze sektes ontstaan, kleine evangelische kerkjes met ongeschoolde voorgangers die schreeuwend en met de bijbel in de hand zwaaiend de mensen dreigen met hel en verdoemenis als ze niet een tiende deel van hun inkomen aan de kerk afstaan. Het wemelt overal van die sektarische kerkjes die een garage of schuur opkopen. Door de opengetrokken garagedeuren hoor je de voorgangers op een kilometer afstand. Zij doen aan gebedsgenezingen, duiveluitdrijvingen en veel hysterische gebeden. Ze fulmineren tegen de katholieke kerk en de Mariaverering en er is dus weinig garen mee te spinnen op oecumenisch gebied.
Maar de katholieke kerk heeft zich dus ook aangepast en groeit en bloeit ook. Er zijn veel seminaristen in de bisdommen en novicen bij de kloosterordes. In de parochies worden veel katechisten opgeleid die weer de kinderen onderricht geven. In alle parochies zijn eer veel kinderkatechesegroepen. De kinderen moeten voor hun eerste heilige communie en voor hun vormsel twee jaar onderricht volgen. Ze doen dat graag. Buiten de kerk hebben ze toch niet veel te doen. De kerk is het ontmoetingscentrum en in de kerk krijgen ze van de pater de aai over de bol die ze thuis vaak missen.
Ouders die in de kerk willen trouwen moeten ook eerst katechese volgen en minstens vijf keer een mis bijwonen. Dat wordt gecontroleerd. Hetzelfde als ze een kind willen laten dopen. Peter en meter moeten getrouwd zijn, anders kunnen ze geen peter of meter zijn.
In de mis is er altijd een combo met gitaren, keyboard en drumstel. Koren kent men hier niet. De voorzangers hebben allemaal een microfoon. De communie-uitreikers hebben allemaal een keurig wit jasje aan, met een kerkelijk embleem er op. De jeugd en de jongeren komen massaal en graag naar de kerk, ook door de weeks en willen graag voorlezen en vertellen. André Heijligers, de priester bij wie ik verblijf, laat altijd in zijn preek mensen, jong en oud, naar voren komen om wat te vertellen. Ze staan er voor in de rij om iets te mogen zeggen. Ook staan de mensen hier nog in de rij om te mogen biechten, want anders kunnen ze niet Ter communie. De meeste mensen gaan dan ook niet Ter communie want er is vaak geen biechtgelegenheid.
In de wekelijkse doopvieringen worden er vaak tien of twintig kinderen tegelijk gedoopt. Daar is dan niet veel familie bij. Het is nog meer een formaliteit dan in Nederland.
De parochies zijn zeer groot. Zo mogelijk worden ze dan ook door het bisdom gesplitst, zonder overleg met de pastoor of het kerkbestuur. Er zijn genoeg priesters om elke parochie een eigen pastoor te geven en dat gaat vaak beter dan twee of drie priesters op een grote parochie. Want veel priesters hebben toch eigen ideeen. Als ze net van het seminarie komen zijn ze nogal eigenzinnig (hoe is dat in Nederland?) en dan geeft de bisschop ze maar een eigen parochie om problemen te voorkomen.
De parochies worden weer verdeeld in wijken en men probeert iedere wijk een eigen kerkje te geven. Er worden daarom heel veel kleine kerkjes gebouwd, maar zogauw het dak er op zit is meestal het geld op en stopt de bouw. De kerk wordt dan wel in gebruik genomen. Er staan dan een paar oude bankjes op de grond zonder vloer. De meeste mensen blijven gewoon staan. Er zitten nog geen ruiten in de raamopeningen zodat het verschrikkelijk tocht. ’s Avonds zijn die kerkjes met één tl-buis verlicht. Alleen de geluidsinstallatie werkt goed. Daar steekt men veel geld in en dat is ook wel nodig want de kinderen lopen gewoon rond, praten en spelen met elkaar en er is altijd veel geroezemoes in de kerk.
De missen zijn op de meest vreemde tijden: ’s middags om 15.00 uur, zaterdagochtend 9.00 uur, zondagavond 19.30, zondagmorgen 8.00 uur etc.
Het evangelieboek wordt in processiie binnengedragen, evenals allerlei heiligenbeelden. Ik maakte een keer mee dat er op de altaartafel drie Mariabeelden naast elkaar stonden !!!!!!!!!!!!!!
Wat ik wel mooi vind is dat het Onze Vader altijd door alle kerkgangers hand in hand gebeden wordt. De mensen komen dan uit de banken en vullen ook de paden om zoveel mogelijk één keten te vormen. De vredeswens gaat altijd met een omhelzing. Iedereen komt weer uit de banken om allerlei familie en vrienden ergens in de kerk ook de vrede te gaan wensen.
Wat ook verschilt, is de aanvangstijd en de duur van de mis. De mis begint nooit op tijd. Ik heb het vaak meegemaakt dat de pastoor een half uur op zich liet wachten. Of dat hij eerst nog allerlei mensen ging begroeten of biechthoren terwijl het al tijd was. Niemand stoort zich er aan. Als het lang duurt gaat men wat zingen of de rozenkrans bidden. En de mis duurt meestal wel anderhalf uur. Voor veel mensen is het gewoon een avondvullend programma. Of het zondagse uitstapje. Ze hebben toch niets anders te doen. Ze vinden het een feest als er daarna nog bruine bonen met varkensvlees gegeten kan worden (Fechoada). Daarvoor komen ze met het hele gezin naar de kerk.
Of er is na de mis bingo. Dan loopt de parochiezaal vol. De kerk is hier nog de sociale ontmoetingsplaats voor de mensen. Dat is mooi.
De kerken zijn hier ook altijd de hele dag open voor gebed. En jong en oud loopt er dan ook binnen en knielen neer voor het tabernakel of Mariabeeld. Alleen de microfoons moeten weggeborgen worden. Verder is er gewoon niets te stelen. Muurschilderingen kun je niet mee nemen en voor de rest zijn de kerkgebouwen arm.
De priester bepaalt hier nog wat er in een parochie gebeurt: aan katechese, aan festiviteiten, aan vieringen, aan kerkenbouw, aan gelduitgave, etc. Hij regelt nog alles. Het bestuur is er om de wensen van de pastoor uit te voeren. En dat is hier heel gewoon. De priester is aangesteld om de parochie te leiden. Klaar uit. Geen gezeur. Hij zoekt zelf zijn medewerkers. Iedereen accepteert dat.
De mensen zijn hier zeer vriendelijk en gastvrij. Ze nodigen ons vaak uit om bij hen te komen eten. Ze vragen de priester op straat altijd om de zegen. Ze zijn ook niet bang om voor het geloof uit te komen. Op vele vrachtwagens en auto’s zijn teksten geschilderd zoals: “Jezus houdt van jou” of “God is trouw”. Jongeren dragen ook t-shirts met dat soort teksten of met Jezus- of Maria-afbeeldingen er op. Het is hier in om gelovig te zijn.
De samenleving is hier veel minder gestresst dan in Nederland. Mensen nemen overal de tijd voor. Wat vandaag niet klaar komt, dat komt morgen wel. Ze werken in een laag tempo. Het was goed om dat drie maanden mee te maken. Daardoor is er een stuk ontspanning in mijn leven gekomen. Het is wel moeilijk er aan te wennen dat men een andere opvatting heeft over afspraken. Heel veel afspraken komt men niet na omdat men geen zin heeft of er iets anders tussen komt. Afzeggen of even bellen vind men niet nodig. Een afspraak is immers geen belofte. Het is meer een intentie, een plan, dat uitgevoerd wordt als het uitkomt.
Er zijn veel bewegingen. Een aantal Europese, zoals het neokatechumenaat, de focolare, de Mariacongregatie, Schonstad.e.d. . Maar ook Braziliaanse. Ze hebben eigen vieringen en doen vaak niets voor de parochie. Ze leiden een eigen leven. Dat vinden veel parochiepriesters niet goed. Ze zouden graag wat meer betrokkenheid van de leden van die bewegingen bij de parochie zien. Anderzijds komen de leden van die bewegingen wel tot een persoonlijke bewuste geloofskeuze, gebedsleven en geloofsonderricht.
Conclusie: als er in de samenleving niet zoveel criminaliteit en corruptie was, dan zou Brazilië een paradijs zijn. Nu is alleen de kerk een plaats van Godsontmoeting en gemeenschapsvorming. Een plaats van hoop en verzoening. Een instituut dat veel sociaal werk doet. Een levendige gemeenschap waarin de mens tot zijn recht komt.