Datum  24 september 2006
25e zondag door het jaar  
Lezingen   
Evangelie  Markus 9,30-37 
Thema  Vrede maak je samen 

In ons gezin vroeger was er wel eens ruzie op zolder als de jongens de ruimte wilden hebben om indiaantje te spelen of met een treinbaan, maar de meisjes om met hun poppen te spelen.
Wanneer komt er bij jullie wel eens ruzie?

Ik heb met mijn zus een keer afgesproken dat we moeder gingen helpen. Daar was ze natuurlijk heel blij mee. We gingen stofzuigen, de kasten opruimen, de was ophangen en opvouwen. Elke keer als we klaar waren gingen we weer naar mamma en vroegen: wat kunnen we nu doen? Op laatst wist ze niets meer. Al het werk was klaar. Ik weet nog dat we ons heel blij voelden. We voelden een grote vrede in ons hart. Die hadden we samen gemaakt.

Wie kan er ook een voorbeeldje geven van hoe je vrede gemaakt hebt?

Jezus heeft ons veel over de vrede geleerd. Bijvoorbeeld dat je andere moet dienen. Dat je een ander voorrang moet geven.

En dat je de ander moet liefhebben. Beminnen. En niet alleen je vriend of vriendin, maar ook iemand die je niet zo aardig vindt. Iemand die misschien lelijk is of oneerlijk of brutaal. Jezus heeft ons geleerd dat we zelfs onze vijand moeten beminnen.

Ik heb hier een heel bijzondere dobbelsteen: de dobbelsteen van de liefde. Hierop staat hoe je moet beminnen, liefhebben. Als eerste liefhebben, iedereen liefhebben, je vijand liefhebben, elkaar liefhebben, God in de ander zien en je één maken met de ander. Kinderen die zo’n dobbelsteen hebben gooien ‘m ’s ochtends als ze uit bed komen en proberen die dag de opdracht die ze gegooid hebben uit te voeren. Zo maken ze vrede.

Ik vertel enkele voorbeelden uit het tijdschrift Nieuwe Stad van februari 2001.

Laten we eens kijken hoe Mirek uit Tsjechie het voorwerp gebruikt. "Toen we naar de stal renden om naar het geitje te kijken, viel Andrej. Hij huil-de, maar ik wilde niet stoppen om hem te helpen. Ik wilde achter de anderen aanrennen om naar de geit te gaan kijken. Maar die morgen had ik de dobbelsteen gegooid en ik gooide 'iedereen beminnen'. Ik heb toen de anderen verder laten rennen en Andrej geholpen om op te staan. Met mijn zakdoek heb ik zijn knie schoongemaakt. Hij hield op met huilen. Samen zijn we naar de geit gaan kijken."

We zijn in Brazilie. Terwijl Eliane met haar pop speelt gaat de bel: het is papa. Eliane wil de deur niet open doen, want papa schelt mamma vaak uit en laat haar alleen. Hij gaat dan naar een andere vrouw. Eliane verstopt zich om hem niet te zien, maar dan herinnert ze zich de dobbelsteen. Eliane rent om de deur open te doen: “Dag papa!” roept ze en geeft hem een kus. Hij kijkt haar verwonderd aan. ‘s Avonds vertelt Eliane haar zusje Paola: "Vandaag heeft papa mamma niet uitgescholden."

De trein naar Munchen rijdt heel hard. In een coupe praat een man over geld en over hoe belangrijk dat is. Hij zegt dat je alleen op jezelf moet vertrouwen, want echte vrienden bestaan niet. In dezelfde coupe zitten enkele kinderen die van een kerkkamp terugkomen. Stephanie kijkt de man aan, luistert en zegt dan: "Dat is niet waar! Ik heb een vriend die altijd bij mij is en ik weet dat ik hem altijd kan vertrouwen. Hij leefde tweeduizend jaargeleden en Hij houdt van mij. En bovendien, ik heb heel veel andere vrienden in de hele wereld: we zijn allemaal een familie en houden van elkaar." Verbaasd luistert de man: "Ik geloof dat ik weet over wie je spreekt", zegt hij. "Misschien heb je wel gelijk.”

Irene, Hillary en Laura zijn driezusjes. Ze gaan met mamma boodschappen doen. Onderweg in de auto komen ze langs het huis waar opa woont en vragen mamma of ze opa even goeie dag mogen gaan zeggen. Mamma stopt en zegt: "Gaan jullie maar, ik wacht in de auto." Als ze weer terugkomen, vragen ze mamma waarom zij niet is meegegaan. "Omdat er iets is gebeurd, en ik..." Hillary kijkt haar moeder aan: "Maar mamma, we hebben vanmorgen toch afgesproken ook de vijand te beminnen..." Mamma weet even niet wat ze moet zeggen. Dan zegt ze: "Jullie hebben gelijk. Wacht hier op mij." En ook zij gaat opa groeten.

Zo, jongens en meisjes, kunnen we vrede maken in de wereld