Datum  Pasen 2007
 
1e lezing  Handelingen 10,34a+37-43 en Kol.3,1-4 
Evangelie  Johannes 20,1-9 
Thema  Van donker naar licht 

Preek

Het kan heel donker zijn in iemands leven. Bijvoorbeeld als je je gezichtsvermogen verliest.
Bijvoorbeeld mevrouw Helmond,
Zij heeft nog maar 6% gezichtsvermogen. Zij kan mensen niet meer herkennen op straat. Ze is naar onze parochie verhuisd omdat één van haar kinderen hier woont. Maar het valt verschrikkelijk tegen, want ze leert hier nauwelijks andere mensen kennen omdat ze hen niet van gezicht kan onderscheiden. Ze leeft in het donker en voor haar zijn er nog maar weinig lichtpuntjes.

Zo zijn er heel wat mensen die in duisternis leven. Omdat ze een dierbare levenspartner hebben verloren, een kind, een broer of zus, een vriend, een kennis. Mensen zonder werk, zonder familie, zonder vrienden. Vluchtelingen die huis en haard hebben moeten verlaten en in een wildvreemde wereld verder moeten leven, in een land waarvan ze de taal niet kennen en dus niet kunnen praten om hun verhaal kwijt te kunnen.

Het kan verschrikkelijk donker zijn in je leven.

Zo begonnen we ook deze viering: in het donker. Dat was wel een beetje onwennig, een beetje lastig. Maar de kerk was ons bekend en we konden bij kunstlicht onze plaats zoeken. En we wisten dat er spoedig weer licht aan zou gaan. Maar hoe onthand zijn we als de stroom in de wijk uitvalt en we zitten zonder computer, zonder tv, zonder licht.

Waar vinden we licht in de duisternis?

In het scheppingsverhaal hoorden we: De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op. Toen sprak God: "Er moet licht zijn!" En er was licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde God dag en de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de eerste dag.

En het Joko zong in het lied over het paradijs:
Als je denkt aan honger of oorlog, als je denkt aan je zieke vriend;
en aan alles dat zonder reden, zomaar fout kan gaan:
En als je denkt aan werkloosheid, aan de ondergang van 't avondland:
bedenk dan dat heel lang geleden, alles anders was.
In het evangelie komen we mensen tegen die ook in diepe droefheid en duisternis verkeerden:
Op de eerste dag van de week kwamen Maria Magdalena en andere vrouwen vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf. Petrus, Johannes en de andere apostelen volgden. Het graf is leeg. Christus was verrezen. Ongelofelijk. Wie had dat voor mogelijk gehouden. Er kwam weer licht in hun leven. De zon ging weer op. Een nieuwe schepping begon. Een nieuw tijdperk in de mensengeschiedenis. De dood is overwonnen.

Daarmee is het kwaad nog niet uit de wereld verdwenen. Evenmin ziektes en rampen. Ieder mens zal vroeg of laat sterven. Maar de terroristen hebben niet meer het laatste woord, de dood is niet het einde.
Al het kwaad en alle ellende is als een tunnel: we moeten er door heen. Maar aan het einde is er licht.

Dat is de ervaring van vele mensen die klinisch dood zijn geweest, maar in dit leven zijn teruggekeerd: zij hebben allen in een donkere tunnel gezeten, maar zagen aan het eind daarvan licht. En mensen die heel dicht bij dat licht gekomen zijn, hebben dat licht geïdentificeerd als de Verrezen Heer Jezus Christus. Ze zijn door dat licht of door andere stemmen teruggestuurd naar dit leven, maar ze weten allemaal zeker dat er leven is na de dood. Ook mensen die vóór deze bijna-doodservaring ongelovig waren.

Mensen die tijdens zo’n bijna-doodservaring teruggestuurd zijn naar de aarde, kregen soms te horen dat ze nog een taak te volbrengen hadden hier in dit leven. Maar dat geldt voor ons allemaal. We zijn hier op aarde geboren om een bepaalde levenstaak te volbrengen. Dat wordt bij onze doop gesymboliseerd door de doopkaars.
In de bijbel staat dat we kinderen van het licht zijn. Bij de doop krijgen we de opdracht een licht in deze wereld te zijn. In de doop vieren we dat we met Christus ten leven zijn gewekt (Kol.3,1). Het ontsteken van de doopkaars aan de paaskaars is daar een symbool van.
“Als u dan met Christus ten leven bent gewekt, zint dan op het hemelse, niet op het aardse”, zegt Paulus.
Nog veel meer bijbelteksten spreken over het licht:
Mt.5,14 en 16: “Gij zijt het licht der wereld. Zo moet uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

Johannes 3,21: “Wie de waarheid doet, gaat tot het licht”.
Jezus zei in Jeruzalem, vlak voor zijn lijden: “Nog een korte tijd is het licht onder u. Gaat uw weg zolang gij dit licht hebt, opdat het duister u niet zal overvallen. Zolang u het licht hebt, gelooft in het licht, opdat u kinderen van het licht zult zijn. Joh.12,35
Romeinen 13,12: “De nacht loopt ten einde. Laten we ons dus ontdoen van de werken der duisternis en de wapenrusting van het licht aantrekken.”.
Efese 5, 8: “Eens waren jullie duisternis, nu zijn jullie licht door uw gemeenschap met de Heer.. Leeft dan ook als kinderen van het licht. En de vrucht van het licht kan alleen maar goedheid zijn en gerechtigheid en waarheid. …. Een lied zegt: Ontwaak slaper, sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen”.
1 Tessalonicenzen 5,5: “U, broeders, leeft niet in de duisternis zodat de Dag u als een dief zou verrassen. U bent allen kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht en duisternis. Zij die zich bedrinken, bedrinken zich ’s nachts. Laten wij die behoren aan de dag, nuchter zijn, toegerust met het pantser van het geloof en de liefde”.
1 Joh.2,10: “Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is nog steeds in duisternis.Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht”.

We hebben allemaal de taak licht te brengen in het leven van medemensen die in duisternis verkeren. Mogen we ons daarvan bewust worden in deze paasviering …..

en als we dadelijk weer onze doopkaars of het paaskaarsje ontsteken en onze doopbeloften vernieuwen.