| Datum | ZONDAG VAN DE HEILIGE FAMILIE JAAR A 2007 |
| 1e lezing | Sirach 3,2-6;12-14 |
| Evangelie | Mt.2,13-15.19-23 |
| Thema | God: groot of klein? |
Preek
Ik kwam eens bij een moeder die pas haar tweede kindje had gekregen. Ze liet me een foto-album zien van de eerste baby-foto's. Voorin had ze een zwart/wit foto geplakt van zichzelf als baby temidden van haar ouders en broers. Ze schreef erbij: het gelukkig gezin waaruit je moeder komt.
Hiermee gaf ze de wens te kennen dat haar zoontje evenzo zou kunnen opgroeien in een gelukkig gezin. Het is een natuurlijk verlangen dat God door middel van de schepping in ons gelegd heeft.
Het jaar 2008 is in het bisdom Roermond uitgeroepen tot jaar van het gezin. In het huidige kabinet hebben we tegenwoordig een minister voor gezin en opvoeding. Er is een website katholiekgezin.nl.
We gaan gelukkig weer inzien hoe belangrijk het gezin is voor de samenleving.
Een kind heeft absoluut bescherming, geborgenheid, liefde en vrede om zich heen nodig om uit te kunnen groeien tot een volwaardig mens. De meest gunstige opgroeisituatie is daarom het gezin met een vader en moeder die elkaar liefde en trouw beloofd hebben en dit ook waarmaken, en broertjes en zusjes waarmee een kind leert spelen en delen.
Ik zeg er onmiddellijk bij dat alleenstaande vaders of moeders of enige kinderen evenzeer goed terecht kunnen komen en dat een volledig gezin geen garantie is voor een evenwichtige opgroei. Maatschappelijke omstandigheden, karakters van de ouders en school en vrienden hebben ook invloed op de kinderen en die zijn niet altijd vrij gekozen. Ook in een christelijk gezin kan een kind ontsporen of verkeerd terecht komen.
Maar God heeft zijn voorkeur uitgesproken voor het gezin. We zien dat door de schepping van man en vrouw. Aan deze gemeenschap heeft God het voortbrengen van nieuw leven toevertrouwd. Verder zien we het aan de plaats waar Jezus geboren is. Hoewel God voor de verwekking van zijn Zoon Jezus afzag van de inbreng van een man, vroeg Hij toch aan Jozef Maria tot vrouw te nemen en wettelijke vader te worden van Jezus. Zo kon Jezus toch opgroeien in een liefdevol gezin.
We weten echter dat dit gezin van het begin af aan van buiten af bedreigd is geweest. Er was voor hen al geen plaats in de herberg bij de bevalling. Ze moesten direct na de geboorte vluchten naar Egypte, voor Herodes die de pasgeboren kinderen liet doden. Zelfs bij terugkeer naar Israël durfden ze niet in Juda te gaan wonen uit angst voor de zoon van Herodes.
Ook tegenwoordig wordt het gezin van alle kanten bedreigd. Het gezin wordt steeds meer in 't nauw gedreven door wetten, zoals wetten die alleenstaande moeders dwingen het gezin te verlaten om te gaan werken. Wetten die lesbiennes of homofiele mensen het recht toekennen kinderen te adopteren. Als we spreken over een recht op kinderen, zien we kinderen dan niet als een bezit, als levend speelgoed van volwassenen? Hebben ouders recht op kinderen of hebben kinderen recht op een vader en moeder?
Het leven van ongeboren kinderen is niet meer wettelijk beschermd zodat nu niet meer door Herodes, maar door medici jaarlijks 10.000-den onnozele ongeboren kinderen gedood worden.
En dan zijn we verbaasd dat het geweld in onze samenleving alsmaar toeneemt…. Ik zie een verband tussen het verlies aan respect voor het leven en de toenemende intolerantie en onverdraagzaamheid.
In plaats van alsmaar cellen bij te bouwen zou de staat er beter aan doen preventief te werken door een goed gezinsleven te bevorderen.
Het is daarom goed dat de kerk nog bescherming biedt voor de gezinnen. De kerk is een toevluchtsoord voor alle gezinnen die zich bedreigd voelen in onze samenleving. De kerk houdt Gods geboden hoog, leert de eerbied van kinderen voor ouders, de liefde en trouw tussen ouders en de toewijding van ouders aan de kinderen als een goddelijke levensroeping.
Om weer misverstanden te voorkomen zeg ik er onmiddellijk bij dat de kerk niet een bepaalde rolverdeling in het gezin tussen vader en moeder voorschrijft. De vrouw heeft net zo goed recht om buitenshuis te werken en de vader heeft net zo goed de plicht mee te werken aan de opvoeding en de verzorging van de kinderen. De kerk ontneemt ouders niet de eigen verantwoordelijkheid voor een goed huwelijksleven en voor het gezin, maar wijst ze juist op de verantwoording die ze tegenover God hebben.
Het gezin verdient daarom onze morele ondersteuning en ons gebed. Om gezinnen extra ondersteuning te bieden zijn er organisaties die gezinsweekenden en ouderontmoetingen organiseren. Een vrij nieuwe organisatie wil ik hierbij een keer noemen opdat u haar herkent als u er weer eens van hoort: het IGHO: het instituut voor huwelijk, gezin en opvoeding, gevestigd in Hilversum. Ook de Focolarebeweging waar ik zelf bij ben doet aan gezinspastoraat. Verder zijn er Marriage Encounter voor verdieping van de huwelijksrelatie. Over deze organisaties kan ik u meer informatie geven.
Vandaag vieren wij het feest van de Heilige Familie, een gelukkig gezin, hoewel niet ongestoord en onbedreigd. Maar alle gezinsleden hadden zich geheel aan God toegewijd, waren er boven alles op uit Gods wil te doen, waren gehoorzaam aan God, baden veel en geloofden sterk. Zo konden ze alle beproevingen doorstaan en alle moeilijkheden overwinnen.
Moge vele gezinnen zo zijn tot geluk van de kinderen én van de hele samenleving.