| Datum |
24 februari 2007 1e zondag 40-dagentijd |
| Lezingen | Deuteronomium 26,4-10 en Lucas 4,1-13 |
Wij streven naar overvloed. Een extra uitkering zullen we niet laten liggen. Een fooitje of geschenk wordt nooit geweigerd. Niemand vind het fijn te moeten bezuinigen. Een regering die wil bezuinigen maakt zich niet populair. Economische groei is al tientallen jaren en misschien altijd al de leus in de politiek.
In het jaar 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen, waaronder Nederland de Milleniumdoelen opgesteld. Daaronder stat dat voor 2015 de extreme armoede, gebrek aan voedsel, water, onderwijs en huisvesting moeten zijn aangepakt op wereldschaal. Elk land heeft zich verplicht om zich op zijn manier in te zetten om die doelen te bereiken. Ik stel daarbij de vraag of het bereiken van dat doel samengaat met economische groei in onze landen. Een vraag die ik aan u stel om over na te denken. Ik geef er zelf geen antwoord op omdat ik er geen antwoord op weet.
Na de 2e wereldoorlog hebben wij natuurlijk een enorme economische groei gekend. En de hele bevolking heeft daarvan geprofiteerd. Er kwam een minimumbestaansniveau dat de overheid garandeerde door allerlei sociale wetten en uitkeringen.
Maar de laatste zes jaren zijn er in Nederland voedselbanken ontstaan. Zij brengen op schrijnende wijze het contrast tussen overvloed en gebrek in ons eigen land aan het licht. De economische groei brengt kennelijk niet automatisch een goed verdeelde welvaart met zich mee. Een deel van de bevolking krijgt overvloed en een ander deel tekort. De verhouding tussen rijk en arm groeit scheef. En dat geldt nog meer op wereldschaal. Tegenover de schrijnende armoede, honger en ziekten in de derde wereld staat een enorme overvloed in een wegwerpmaatschappij die ook nog eens het milieu ernstig vervuilt. En die vervuiling dumpen we als het even kan dan ook nog in arme landen als Nigeria.
Overvloed gaat altijd ten koste van de medemens. Wat wij te veel hebben, hebben anderen te weinig. En uiteindelijk gaat het ook ten koste van onszelf. Wat bedoel ik daarmee? De mens is een vrij wezen. Het is erg om gevangen te zitten. Ook geestelijk kunnen we gevangen zitten. Onze geest kan onvrij worden. En wel door materiële overvloed. We kunnen er zo gewend aan raken dat we er gehecht aan raken, dat we niet meer zonder kunnen. TV, drank, lawaai, sensatie, sport, gokken, geld verdienen, erotiek, internetten, al dit soort dingen kunnen ons te pakken krijgen en in hun greep houden, gevangen houden. Terwijl je vrij wilt leven, voel je je vast zitten aan het materiële, het lichamelijke.
Wie vanuit de geest kan leven, vindt heel veel kracht om bezig te zijn met het welzijn van zichzelf en de medemensen.
Daarom ging Jezus 40 dagen de woestijn in om te vasten. Hij deed dit om innerlijk en geestelijk een vrij mens te worden. Van de duivel kan Jezus alle aardse rijkdom in bezit krijgen. Maar daarvoor moet Hij wel bereid zijn de duivel te aanbidden, dat wil zeggen kwaad te doen. Hij weerstond de verleiding van rijkdom en macht. Na 40 dagen kan Hij zeggen: “De mens leeft niet van brood alleen”. Er zijn ook nog andere dingen die ons gelukkig maken.
Als je voor dat kwaad door de knieën gaat, dan ben je wel je vrijheid kwijt. Jezus zal later zeggen: “Wat heeft een mens er aan als hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?”
Daarom roepen de bisschoppen ons in hun vastenbrief op tot soberheid en solidariteit. De vastenbrief is dit jaar geschreven door onze bisschop van Luyn. Soberheid, solidariteit en spiritualiteit zijn zijn stokpaardjes waar hij vaak over spreekt. Ook in deze vastenbrief.
Diverse gedachten hieruit heb ik in het voorgaande al verwerkt. Eén alinea wil ik er uit citeren:
“We halen de Millenniumdoelen niet als we niet bereid zijn te delen en offers te brengen. We zijn een rijk land, binnen de top tien van de wereld. leder jaar geven wij Nederlanders honderden miljoenen weg. Dat is veel, maar is het genoeg? Van ons totale nationaal inkomen geven wij maar enkele procenten aan ontwikkelingshulp en goede doelen. We realiseren ons dat de rijke westerse landen gedurende de komende jaren bewust moeten werken aan een 'economie van genoeg'. Aan een tegengaan van de processen van verrijking aan de bovenkant en van verarming aan de onderkant van de samenleving. In Nederland, Europa en wereldwijd. Internationale spiritualiteit en solidariteit vragen om internationale soberheid. We kunnen grenzen stellen aan de eigen groei, voorspoed en welvaart. We zullen sober moeten zijn en meer moeten delen met anderen.”
Vastentijd: tijd om er bij stil te staan dat alles ons geschonken is. Tijd van dankbaarheid. Door vasten gaat het vanzelfsprekende van ons consumeren en bezitten er af. Door onszelf iets te ontzeggen kunnen we er later weer meer van genieten.
Tijd van offer. Maar niet meer rechtstreeks aan God, maar via de armen. De aarde is ons in bruikleen gegeven als woonplaats, maar we zijn geen eigenaar. We zijn wel één volk van God op deze aarde. Daarom dienen we de vruchten van de aarde te delen met elkaar.
De bisschoppen roepen ons daarom in hun vastenbrief op, mee te doen aan de projecten van de Vastenactie, die er niet alleen op gericht zijn de meest schrijnende nood te verhelpen met noodhulp, maar vooral te werken aan rechtvaardige structuren, aan vrede en gerechtigheid.
De vastenactie richt zich dit jaar op de ontwikkeling van vrouwen in Ghana, gezondheidszorg en onderwijs.
Winfried Kuipers