Datum  4 februari 2007  
1e lezing  1 Kor. 15,1-11 
Evangelie  Lucas 5,1-11 
Thema  Goed fout. 

Goede en slechte mensen,

Ja daar schrikt u misschien van, dat ik u aanspreek met slechte mensen. Ik zou ook niet durven als ik op mijn eigen oordeel af moest gaan. Ik zie voor me alleen goedwillende mensen die gewetensvol leven. Maar de overweging van de lezingen van vandaag bracht mij op die gedachte. Want in de lezingen van vandaag zien wij twee mensen die wij heiligen noemen. Maar zijzelf zagen zich als slechte mensen. Paulus zegt: ”Het laatst van allen is Jezus verschenen aan mij, de misgeboorte. Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten want ik heb Gods kerk vervolgd.” En Petrus zegt tot Jezus: “Heer, ga weg van mij want ik ben een zondig mens”.
Toch heeft Jezus hen geroepen en aangesteld om zijn medewerkers te worden. De eerste paus en de eerste grote missionaris.

Regelmatig moeten er politici of kerkleiders aftreden omdat er ontdekt is dat ze vroeger iets verkeerds gedaan hebben. Kortgeleden moest de Poolse bisschop Wielgus aftreden op de dag dat hij geïnstalleerd zou worden als aartsbisschop, omdat hij vroeger voor de Russische geheime dienst had gewerkt. Jammer genoeg heeft hij dat eerst ontkend, waardoor zijn positie onmogelijk werd. Maart als hij het gelijk toegegeven had, hoe zou men dan gereageerd hebben?

Als Jezus met onze maatstaven Petrus en Paulus beoordeeld had, dan zouden ze nooit tot apostel aangesteld zijn. Maar Jezus kijkt niet naar het verleden, wat het geweest is, maar naar de toekomst, wat het nog worden kan.
Daarom is de kerk ook tegen de doodstraf. Want bij de doodstraf krijgt een misdadiger geen herkansing en geen kans om, voor zover mogelijk, de aangerichte schade weer te herstellen.

Paulus gaf zijn fout verleden toe en zegt er bij: “door Gods genade ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij”.

Als we beseffen hoe groot Gods genade is, dan kunnen we ook makkelijker onze fouten toegeven. Want wie van ons doet nooit iets fout? Jezus zei eens tegen Farizeeën en wetgeleerden, die een vrouw op overspel betrapt hadden en volgens hen de doodstraf door steniging moest krijgen: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen”. En toen ze allemaal afgedropen waren zei Hij tot de vrouw: “Ook ik veroordeel u niet, ga heen en zondig niet meer”.

Laatst vroeg een journalist mij of het mogelijk is digitaal te biechten. Hij vroeg dit niet uit een innerlijk verlangen naar een nieuw leven, maar puur uit nieuwsgierigheid. Er wordt bijna niet meer gebiecht omdat we er moeite me hebben onze fouten te zien. Wie zien eerder de splinter in het oog van een ander dan de balk in ons eigen oog.
Maar wie eerlijk zijn fouten en gebreken erkent, is voor God heel geschikt om zijn medewerker of medewerkster te worden en grote dingen te gaan doen.
Laten we daarom een voorbeeld nemen aan Paulus en Petrus en ons nederig beschikbaar stellen voor God om de wereld in gestuurd te worden met zijn genade.