| Datum | 28 januari 2007 |
| 1e lezing | |
| Evangelie | Lukas 4,21-30 |
| Thema | JEZUS GAAT GEWOON DOOR ! |
- Enkele jaren geleden was er een bekend t.v.programma, dat heette: “Geef nooit op”. Kinderen mochten een droomwens bekend maken en de omroep zorgde voor de vervulling er van. Er waren bijvoorbeeld kinderen die wel eens op een olifant wilden rijden. Of kinderen die in de cockpit van een vliegtuig wilden meevliegen. Of kinderen die samen met een beroemde artiest wilden zingen.
Wie van jullie heeft er ook een grote wens? …………Die mag het hier komen vertellen?
Wat moet je er voor doen om dat te bereiken? Kunnen er ook moeilijkheden komen?
- Ik heb hier 6 briefjes waar opstaat wat er kan gebeuren:
Iemand lacht je uit.
Anderen zijn jaloers en gaan over je roddelen.
Ze schelden je uit.
Ze noemen je een watje.
Ze noemen je een heilig boontje..
Je vrienden of vriendinnen laten je in de steek.
Wanneer jou zoiets overkomt, wat doe je dan? Laat je je wens maar zitten? Geef je je ideaal op?
Ik heb pas gehoord van één van onze eigen misdienaars, dat een leraar op school lelijke dingen over de kerk en over ons katholieken zei. Volgens die leraar kon iemand met een normaal verstand niet in Jezus geloven. Toen heeft onze misdienaar haar vinger opgestoken en gezegd dat zij nog vaak en graag naar de kerk gaat. Dat is geweldig moedig. Om dat voor een hele klas te zeggen. Zulke mensen heeft de wereld nodig. Zulke mensen heeft God nodig. Mensen die niet bang zijn om voor hun geloof uit te komen.
- zo zijn er altijd mensen geweest die iets wilden bereiken en niet opgaven:
Nelson Mandela in Zuid Afrika die heel lang in de gevangenis heeft gezeten omdat hij voor de rechten van de zwarte bevolking vocht, want de zwarte bevolking werd achtergesteld bij de blanken. Hij gaf zijn ideaal niet op. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten en werd hij president van Zuid Afrika en kon hij de apartheid afschaffen.
Don Bosco, een priester in Italië, die voor de arme straatjeugd in Turijn een tehuis en een school oprichtte en voor een beetje licht werk zorgde waarmee ze wat geld konden verdienen. Hij kreeg veel tegenwerking van het stadsbestuur en van de rijken. Maar hij zette door.
Moeder Teresa, die in India voor de allerarmste mensen ging zorgen die geen huis hadden, die met het hele gezin met kinderen en baby’s buiten op straat moesten leven en slapen. Zij pakte een keer een doodzieke man van de straat en bracht hem naar het ziekenhuis. Ze wilden die man niet in het ziekenhuis opnemen omdat hij niet verzekerd was en geen geld had. Toen is Moeder Teresa met de man voor de hoofdingang gaan zitten, de hele dag, de hele nacht, de volgende dag, totdat ze uiteindelijk die man toch in het ziekenhuis opnamen.
De ouderen onder ons kennen ook bisschop Romero, Gandi, Martin Luther King.
- deze mensen gaven nooit op, ondanks grote tegenwerking. De meeste mensen die ik zojuist genoemd heb zijn vaak met de dood bedreigd door tegenstanders. Sommigen moesten hun vaderland en familie verlaten. Al die heiligen hadden veel tegenwerking van mensen die jaloers werden. Ze moesten er veel tijd voor over hebben en moeite doen, er veel voor opgeven om hun doel te bereiken, sommigen zelfs hun leven. Zoals afgelopen week weer een Armeense journalist. Maar ze gaven niet op.
WAAR HAALDEN ZIJ DE KRACHT VANDAAN OM DOOR TE ZETTEN?
- Zij haalden hun kracht uit Jezus. Jezus gaf ook nooit op. Hij had een ideaal en een opdracht van God om het Rijk Gods te stichten. Dat wil zeggen: een samenleving op gang te brengen waarin mensen elkaar liefhebben en recht doen, waarin vrede is en geloof.
- Maar Jezus kreeg heel wat tegenwerking. Van mensen die bang waren dat Hij aan de macht zou komen. Van de wetgevers en zelfs van de joodse leiders van die tijd: de Farizeeën en de schriftgeleerden.
Zojuist hoorden we in het evangelie dat ze Hem in Nazareth, nota bene de plaats waar Hij was opgegroeid, in de afgrond wilden storten om Hem de doden. Dit keer kon Hij door een wonder ontsnappen. Maar we weten dat Hij later wel vermoord is. Toch gaf Hij nooit op. Hij ging gewoon door omdat Hij er van overtuigd was dat het goed was wat Hij deed.
Meisjes en jongens, jullie zijn nog jong. Jullie hebben misschien nog geen grote idealen. Alleen maar kleine: daarmee bedoel ik ook dat je bijvoorbeeld een beroemde artiest, voetballer of zangeres wilt worden. Maar ik hoop dat jullie, als jullie groter worden, ook grote idealen gaan vormen. Daarmee bedoel ik, dat je wilt streven naar een betere wereld, een goed milieu, redding van bedreigde diersoorten, een goede samenleving van christenen, moslims en ongelovigen, welvaart voor arme landen, genezing van aids, vrede in de wereld, vrijheid en gelijkheid voor alle mensen, respect voor en bescherming van elk mensenleven, enzovoorts. En als je dan misschien tegenwerking krijgt, dat je geloof in Jezus dan zo sterk is dat je nooit opgeeft.