Geliefde parochianen en gasten,
Hier staat een dankbare en trotse pastoor.
Toen ik 6 jaar geleden beschikbaar was voor een nieuwe benoeming, was er een vacaturelijst voor priesters waarop een aantal samenwerkingsverbanden van parochies stonden. Onderaan deze lijst stond de parochie H. Maria Koningin te Krimpen aan den IJssel als enige zelfstandige parochie. Ik wist dat men hier bezig was een nieuwe kerk te bouwen en dacht: “Geef mij Krimpen dan maar, want in al die samenwerkingsverbanden zullen wel één of meerdere kerken gesloten moeten worden. Dat geeft veel weerstand en kerkverlating terwijl nieuwbouw de mensen weer activeert en samenbindt”. De bisschop honoreerde mijn keuze en zo werd ik “bouwpastoor” of laat ik zeggen ter wille van de heer Dumoulin: “kandidaat bouwpastoor”.
Ik ben geen familie van de grote architect Cuypers, maar ik vond het wel een uitdaging. Ik bereidde me er op voor de nieuwbouw te moeten afronden met een reeds vastgelegd ontwerp. In de eerste bouwcommissievergadering legde men mij de toenmalige tekeningen voor en vroeg men: “Wat vindt u er van pastoor?” Het uiterlijk vond ik bijzonder fraai, maar wat de inrichting betreft had ik wat andere ideeën: de rijen stoelen die in een klassieke opstelling recht achter elkaar stonden vond ik niet passen bij de moderne liturgie waarin we als gemeenschap rond de tafel van de Heer bijeen willen zijn; een koor dat op een hoog oksaal achter in de kerk buiten de gemeenschap staat; een ontmoetingsruimte op een eerste verdieping waarvoor de kerkgangers na de H. Mis in de rij voor een lift moeten wachten om bij de koffie te komen: dat werkt niet. Ik miste een dagkapel die dagelijks open is om even te bidden en een kaarsje op te steken.
Tot mijn grote verrassing kwam de bouwcommissie in de daaropvolgende vergadering met een geheel nieuw ontwerp waarin al mijn wensen gerealiseerd waren.
Ik kan dan ook niet genoeg zeggen hoe blij ik ben met het resultaat. Afgelopen zondagen hadden we de eerste vieringen in de nieuwe kerk. En inderdaad: we waren een gemeenschap rond de tafel van de Heer. Hoewel de kerk van buiten een gesloten indruk maakt, valt van binnen de grote ruimte op, de overzichtelijkheid en vooral: de aanwezigen. Want de kerkbezoekers kijken nu niet meer tegen de ruggen aan van de medegelovigen, maar zien elkaar nu zitten, zien elkaars gezichten en kunnen zich zo meer deel van de gemeenschap voelen. En daar gaat het uiteindelijk om. Eén familie van Gods kinderen, broers en zussen van elkaar. Ook de priester, voorgangers, misdienaars en acolieten vormen door de gebogen lijnen van het priesterkoor en gelijkvormig meubilair een deel van die gemeenschap. Het is een geweldige kerkzaal geworden waarin we heerlijk liturgie kunnen vieren.
En voordat we in de kerkzaal komen, passeren we eerst de ontmoetingsruimte, de vergaderzaal en het secretariaat. Want er gaat altijd wat aan echte liturgie vooraf: ontmoeting, vorming, geloofsverdieping, diaconie. Dat vormt ook de gemeenschap. Dat is een wezenlijk deel van ons kerk-zijn. We zijn niet alleen uitgenodigd om Gods liefde via de sacramenten passief te ontvangen, maar worden ook allen gezonden (Mis = missie, uitzending) om Gods liefde in het dagelijks leven actief handen en voeten te geven. Daarom zijn de andere kerkruimten, waarin we elkaar kunnen ontmoeten, even essentieel, even belangrijk in deze tijd.
Mijn hoop en verwachting is dan ook, dat dit kerkgebouw een Bron is van vele activiteiten en samenkomsten om het Rijk Gods in onze samenleving in de toekomst verder gestalte te geven.
Ik wil allen die hebben meegewerkt aan de realisatie van dit kerkgebouw of hieraan financieel hebben bijgedragen heel hartelijk danken.
