In het laatste artikel over het huwelijk zullen we even stil staan bij echtscheiding. Ik citeer enkele stukken uit de nota "Huwelijk in crisis" van de Diocesane Pastorale Raad van het Bisdom Rotterdam:

”Jezus heeft zich op het punt van de huwelijkstrouw zeer radicaal uitgesproken: "In het begin, bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen één vlees worden. .... Wat God derhalve verbonden heeft, mag de mens niet scheiden. Wie zijn vrouw wegzendt en een ander trouwt maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk. En wanneer zij haar man verlaat en een ander huwt, begaat zij echtbreuk." (Mc.10,5-12). ......De onverbreekbaarheid van het huwelijk is dus niet een extra juk dat de gelovige van buitenaf (door de kerk. w.k.) op de schouders wordt gelegd. Neen, in de visie van Jezus is het iets dat uit het wezen van het huwelijk zelf voortvloeit. .....

”En als 't mislukt? Ondanks alles blijft ook het huwelijk van gelovige christenen een kwetsbare verbintenis, die van binnen uit door eigen nalatigheid wordt bedreigd, alsook door allerlei invloeden van buiten. Het komt voor dat vaak meer door onmacht dan door schuld - het samenzijn ondraaglijk of onleefbaar wordt en voor niemand meer herkenbaar is als teken van Gods liefde en zorg. Het samenzijn wordt dan slechts een karikatuur van de echtelijke trouw, die Jezus zo ter harte ging. .....

(1) ”De ontbinding van een huwelijk

Het kerkelijk recht maakt onderscheid tussen de ontbinding en de nietigverklaring van een huwelijk. In het eerste geval wordt een geldig huwelijk ontbonden; in het tweede geval wordt verklaard dat er van een geldig huwelijk nooit echt sprake is geweest. .... In de visie van het Kerkelijk Recht is elk huwelijk in principe onontbindbaar. ......(Behoudens enkele hoge uitzonderingen zoals in het geval dat het huwelijk niet door echtelijke geslachtsgemeenschap is voltooid)

2) ”De nietigverklaring van een huwelijk.

Er kunnen serieuze redenen zijn tot aanvraag via de pastoor aan het zgn. "officialaat" (de kerkelijke rechtbank van een bisdom) tot de nietigverklaring van een huwelijk:
Als de wederzijdse belofte van trouw in Christus de kern van het christelijk huwelijk uitmaakt, dan is het logisch dat er alleen maar van een echt geldig huwelijk sprake kan zijn als de huwelijksbelofte in vrijheid en volwassenheid is uitgesproken. ... In de traditie van de kerk is een huwelijksbelofte die onder dwang (bv. psychische onvrijheid, druk van derden enz.) tot stand was gekomen, dan ook niet bindend. In zo'n geval kan het huwelijk nietig worden verklaard. (vrijheidsprincipe)
Ernstige defecten die van het begin af aan een huwelijk tot een dubieuze zaak maken zijn bijvoorbeeld: een veel te lichtvaardige houding bij de partners, gebrek aan geestelijke rijpheid, veel te vroeg trouwen, enz. (kennisprincipe)

(3) ”Scheiding van tafel en bed

Moeilijker zijn de huwelijken die naar alle redelijkheid in vrijheid gesloten zijn, maar later tot een ondraaglijke situatie (voor ouders en kinderen) zijn uitgegroeid. Vanouds kent de kerk voor deze omstandigheden het recht van scheiding van tafel en bed.
Hier wil ik een persoonlijke kanttekening invoegen: Scheiding van tafel en bed verbreekt de huwelijkstrouw niet. Uit elkaar wonend kunnen de echtgenoten toch elkaar van dienst zijn en het gedeeld ouderschap uitoefenen. Zij kunnen de trouw beleven in gebed voor elkaar. Tenslotte houden ze op die manier de deur open voor herstel van de huwelijksliefde. Christenen zijn en blijven geroepen tot barmhartigheid en vergevingsgezindheid. Dat is misschien niet direkt mogelijk. Diepe geestelijke wonden kunnen blijvende littekens achterlaten. Misschien is er menselijk gezien geen hoop op verzoening, maar voor God is niets onmogelijk. De echtgenoten behouden de roeping om net als de vader van de verloren zoon te blijven uitzien naar het berouw en de bekering van de vertrokken levenspartner. Om deze reden is het voor de kerk onmogelijk om "wat-God-verbonden-heeft" te scheiden en een tweede kerkelijk huwelijk in te zegenen.

Enige stellingen met betrekking tot gescheiden mensen (die evt. burgerlijk zijn hertrouwd)

1) De zware taak waarvoor de kerkgemeenschap staat in het opvangen en begeleiden van haar in scheiding geraakte leden is een dubbele: enerzijds heeft zij de opdracht van de Heer om de onontbindbaarheid van de huwelijksbelofte uit te dragen, terwijl zij anderzijds de barmhartigheid van de Heer moet waarmaken. Het is een illusie te menen dat de spanning die er tussen deze twee christelijke waarden kan ontstaan op simpele wijze kan worden opgelost.

2) Christenen dienen er zich voor te hoeden een snel en gemakkelijk oordeel uit te spreken over mensen die in scheiding zijn geraakt. Niemand kan het hart en het geweten van zijn medemens peilen. Dat komt alleen God toe. Elk geval is bovendien anders. Hoe vaak gingen mensen niet uit elkaar na een lange strijd, waarbij zij probeerden om toch nog te redden wat er te redden viel?”